Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 633
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk
De
III.
Drie Personen enz.
De
B.
tweede Persoon.
199
menschen, die dingen weten die voor ons onbegrijpelijk zijn. Van een gedachtenlezer b.v. kunnen wij niet nagaan, op welke manier hij achter onze gedachten komt, en ook op mystiek gebied ontmoeten wij feiten die een zonderling ka-
Schwedenborg.
rakter dragen, denk slechts aan
Maar ook afgescheiden daarvan
ook
;
de Heilige Schrift vinden wij der-
in
gelijke verschijnselen.
Deut. 18 wordt
In
bewoordingen
duidelijke
in
hoogere kennis bestaat, maar dat
geene
er
God kan
kunst maar alleen van
mij,
dat
zij
mag geven op
geen acht
Profetisme wordt genomen
zekere kennis,
Nathanaël
len voor, als bij
toen
riep,
gij
gevolgtrekking
de
er
in
maken, dat
momenten
Uit dergelijke
„Want
1.
weten dat wij
wij
waarop
gezegd
is
die andere
God aan velen buiten den weg der
u",
Ik
:
dan
hier per se Goddelijke kennis
er is iets
uwe broederen
verklaren.
wien de Heere Jezus zegt
dus niets
is
van den Christus, maar
uit
gaf
ge-
de Evangeliën zoodanige verschijnse-
dan immers ons kunnen tegenwerpen, dat beurde, zelfs op een afstand van 30 uren.
teit
u,
staat nadat
het duidelijk, dat
is
dus
bv., tot
te
onder den vijgeboom waart, zag te
niet dat
het verschijnen van het
;
weten doordringt
die in anderer
wone mededeeling om. Komen pus
dit
tegenstelling van de manier,
in
het geheele beloop der profetie
eene
en
duivelskunstenarijen
volken de geheimzinnige dingen zochten Uit
midden van
het
uit
uw God verwekken",
Heere
de
u
zal
de kerk gezegd,
tot
die kennis niet van de zwarte
verkrijgen.
Voor de kerk geldt: „Een profeet als
zij
bijv.
„Eer u Philipis
daaruit niet
Men
is.
Schwedenborg zag wat
zou
er ge-
voor de Goddelijke quali-
af te leiden
anders; men moet wijzen op het centrale:
allen
moeten geopenbaard worden voor den
rechterstoel van Christus."
De
Hem
is
bokken
soon gedaan Dit,
heele ieders
loon en
van
zijn
dat
is,
van
bestaan,
schepsel
in ;
het
als
leven
daartoe
in
niet,
dat
in
het zelf, dat het
dat oordeel alleen
scheiding
hebben, maar dat er dan eene toemeting
verband met wat
het leven door dien per-
in
concreet oordeel velt over eiken mensch
een
leven,
zijn
wat
zal plaats
straf,
Hij erkent
rechter gesteld.
goed, hetzij kwaad.
hetzij
Christus
proces
détails
alzoo
gegeven, en Hij zegt
schapen en
van zal
wordt
Christus
oordeel
in
den
van
wordt
al
vereischt
dat
er
bij
Hem
zij
in
het ge-
eene kennis van
additief-menschelijken zin, onmogelijk is; die
vereischt
milliocnen
de
zijn
niet
onmiddellijke
te
kennen
Goddelijke
al
voor intuïtie,
die
een die
doordringt door het geheele wezen.
Bedenken we nu daarbij, hoeveel er in dit leven ongestraft blijft en hoeveel goede dingen worden versmaad, dan blijft er bij het sterven van den mensch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's