Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 290
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
272 Er
dezen naam
in
is
Deo
uitgedrukt, dat
worden, maar kan juist
het
proprium
hen
ééns
die
van
alles,
positie
uit.
Bij
met ons
ons
Maar
als
diezelfde
als
menschen hebben
en huisgezin etc; en eerst na is,
commune
daarentegen
komt onze individueele
en slechts een klein gedeelte
is
alles ei
proprium, en dat
theologen,
intensieve
het
naam mainteneeren, daarna
dezen
die in
ook zóo
En
gemeen.
iets
van
begrip
en wierd
teloorging
proprietates
de tweede plaats
in
rijst
onderscheiden tusschen het wezen en wat aan het wezen eigen
blijft
men
geleid,
dat eerst door de proprietates Differenzirung zou erlangen.
weer
toch
en
begrip
het
tot
God
nobis propria, omdat er een
toekende,
die
van
een
wezen en daarna de
kleurloos
Hier geldt, wat tegen de attributen
tates
God
de bedenking, dat men
zoodat
neutraal
die
communicabiles en incommunicabiles, dan
verflauwd tot qualitas; dan toch wordt het weer beschouwd, als ware aan
met anderen
God
bij
zijn.
weer gaan indeelen dat
Wij
met onze landgenooten, met
Inzooverre zou dus het denkbeeld van proprietates
verdedigen
men,
voelt
aliis
God den Meere
Bij
te
proprietates
het geschapene en maakt, dat
al
in familie
zijn,
dus veel cum
is
absoluten zin.
zeer wel
van
wat ons met anderen gemeen
nobis proprium. in
Hem
een absoluut karakter draagt.
geestes
aftrek
wel
Hem
Dit
met andere menschen gemeen,
dingen
allerlei
kan niet alleen van God gezegd gezegd worden in den hoogsten zin. Want
onderscheidt
Hem
in
van
zelfs
God-zijn
zijn
dat aantrekt, namelijk inzooverre er door wordt
iets,
aliquid proprium est.
m.
a.
w.
is
opgemerkt.
Bij
Eerst een
daaraan toegevoegd.
de menschen
zijn aliqua
qui nos determinavit en ons die proprie-
is,
het
qualitates
is,
wordt
indifferent substraat
hoe van ons wezen heeft voorgeschreven.
Eerst waar men zulk een bepaler heeft, kan men onderscheiden tusschen het wezen en de qualitates. Maar dit vervalt bij God, wijl er niemand is, die Hem gedetermineerd heeft, want wat Hij is, dat is Hij uit zichzelf en aan zijn
substraat
Al
is
is
omdat men tot
niets toegekend.
dus het denkbeeld op zichzelf niet ongerijmd, toch het van het creatuurlijk gebruik op
vervalsching van het Godsbegrip.
toepassen
wien
zult
brengen?
Jes. gij
40
:
God
18
(en
C.
bij
vergelijken
God
Daarom geven
bezwaar
en
tegen,
Dit leidt
25) nViDiyn m?2Tn?3"i ^n |TOnn p'^Ni dat
Dit doelt hierop, dat
is
er
Wij zullen wel doen, indien wij hierop
wat
gelijkenis zult gij
van
Hem
in
is
:
Bij
schets
onze kennis van hoedanigheden verkregen wordt
door vergelijking van het eene obiect met het andere. cognitionis
is
God heeft overgebracht.
Die via comparativa
uitgesloten.
wij er de
spraken van de virtutes Dei.
voorkeur aan,
om
die theologen te volgen, die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's