Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 35
college-dictaat van een der studenten
Caput
De Necessitate Sacrae Scripturae.
II.
§
Necessitas
1.
21
etc.
Daartegenover nu stelt de Kerk de belijdenis van de Theologia archetypa en d. w. z. dat het oorspronkelijke stempel der dingen in God is en dat wat wij er van hebben eenvoudig afdrukken zijn. B.v. als Christus zegt „Ik ben de ware wijnstok," toont dit, dat de aardsche slechts een type is van Hem. Passen we ditzelfde nu toe op het verbum, dan komen wij tot deze conclusie: m. a. w. God het verbum is archetypisch in God, ectypisch in den mensch alleen heeft een woord wat wij doen is nastamelen. De grond dat we dit poneeren tegenover Kant is dit wanneer iets in den mensch de kleur en den vorm aan ectypa;
:
;
;
:
het object zou geven, dan van tweeën éen
:
óf ik
neem
in het object
God
er bij öf
want dan heb niet. Neem ik God er niet bij, dan valt Kant's geheele systeem is God in het Kant bij Maar en wereld God. ik een phaenomenale en noumenale we dit hebben dan er bij, Kant God met we nu Nemen phaenomenale besloten. abyssus, dien x dien aan om kracht heeft de mensch wanneer de bezwaar, dat, ;
vorm te geven, de mensch feitelijk hooger staat dan die phaenomenale Die noumenale kracht moet de mensch uit zich zelf hebben of niet; volgens Kant heeft de mensch die in zich en wordt dus zelf God. Wie derkleur en
wereld.
belijdt, dat hij zelf niets is en alles aan God dankt, die zal van Kant overnemen, dat de Wolfiaansche school dwaalde met te zeggen, dat de noünenale indrukken gelijk waren aan de phaenomenale wereld, maar hij zal tevens tegenover Kant staande houden, dat de noumenale kracht, die in hem is, oorspronkelijk alleen is en bestaat in God. Voorts heeft de optica wel geleerd,
halve
kleven aan hout, steen, papier enz., maar gevormd worden door effecten van ons oog maar tevens dat er in de objectieve wereld (hout, steen enz, oneffenheden waren en dat die oneffenheden het verschil
de
dat
kleuren
inhaerent
niet
;
kleur
in
weeg brachten
te
qualiteiten aanwezig
zijn,
;
zoodat
in het object zelf
die zich aan ons
oog
wel degelijk differente vorm enz. voordoen.
als kleur,
de Christen ook gaarne, dat de kleuren en vormen, waarin waarnemen, niet alzoo aanwezig zijn, maar dat ze zich zoo aan ons voordoen, mits volgehouden worde, dat de noumenale kracht, om dat aldus waar te nemen, door God in ons geschapen is in God archetypisch is, in ons ectypisch.
Zoo opgevat,
belijdt
wij de wereld
;
Het
3.
Verbum
kind der gedachte.
het
is
Om
te
vragen of er
bij
God
moeten we dus eerst onderzoeken of er in God een geDe Schrift leert ons, dat er in God gedachten dachte is, of er is een denkend God. 6; Ps. 139 17; Jesaja 6; Ps. 92 11; Ps. 40 zijn, Job. 42 2; Ps. 33 een woord moet
zijn,
—
55
:
dat
13. 29; Amos 4 9; Jerem. 51 den mensch bekend maakt, wat Hij denkt. dit denken overplant 2de worden ons deze gedachten in de Schrift voorgesteld als bewuste
8,
Uit de laatste plaats blijkt tevens,
:
:
God
Ten
;
gedachten, die een eenheid vormen en daarom 5 en
:
:
:
:
:
:
12; Coloss.
Spreuken
15 en 17,
8
2:3;
Eph. 3
toonen
dat
waar de Apostel
:
die
10;
Rom.
n^n
zegt, dat
de
in
11
God
o-ofpix
crofix
33
:
;
npDn heeten,
Jesaja
11:2.
archetypisch
van boven
is.
cf.
—
Openb. Job 28
Zie Jacob. 3
neerdaalt.
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's