Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 723
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel
dus het Deïsme
feitelijk
§
V.
De Deo operante sensu
2.
33
generali.
aan de Sciiepping, en sedert de Sciiepping werking.
tot
Daar nu de werkende God
heerlijker
God was vóór de Schepping
dan een Deus otiosus, wordt, hetgeen
is
en die
iets indifferents,
God met
de re/af/e
feitelijk
de hoofdzaak. Die gedachtengang nu, die er toe
om God
toe
van God
Daarmede wordt op
neer,
van den te
alle religie vernietigd
die irreligieuse voorstelling eindigde
;
het
;
kwam
wereld. Kosmologisch werd nu dezelfde
de Arminianen soteriologisch beginnen door
als die
vrijen wil
van
natuurlijk het beginsel
God bestond om de
dat
zonde begaan,
God met de relatie eene God zonder relatie, leidde er
aan dien
Eeuwig Wezen steeds in waarde te laten verminderen te zoeken in wat Hij is voor den kosmos.
zelf in Zijn
en het eigenlijke
er
om
leidt
toe te kennen dan aan den
hoogere beteekenis
uit te
gaan
dan ook met de kerk
verwoesten, omdat de religie werd aangetast door het verkeerd voorstellen
van de verhouding
God den
tot
Heere.
Zoo was de toestand in het laatst der vorige eeuw, die zijn triumf vierde. Toen echter zijn de ernstige denkers er
in
de Aufklarung
toe
gekomen om
een poging tot herstel te wagen. Zij,
vromen
die door philosophie en
fout wilden herstellen,
kwamen
weg
zij
te
nemen, omdat
Men deed
was.
coëxistent geweest"
om
iets
met de verklaring
de kosmos zonder
;
Openbaring die
den Deus otiosus vóór de Schepping
gevoelden, dat zoo
dan
dit
er toe
zin buiten het licht der
God
:
en
eene contradictio
de wereld en
in
God
terminis
zijn altijd
God zonder den kosmos
zijn
ondenkbaar, zoo zeide men. gedachte,
Diezelfde
overgenomen en
het laatst der vorige
in
Dit
stond
hooger
Origenes
die
dan
reeds
eeuw de
de Grieksche philosophie had
uit
van de redenen voor
die een
zijne veroordeeling
werd,
kwam
werd coëxistent met God gesteld. van den Deus otiosus, die aan de Schepping
op, de wereld
leer
voorafging, terwijl ook de weeropleving van het religieus bewustzijn bevorderd
werd door een
dit
zijn
en
het
relatieve
had
denkbeeld van de coëxistentie.
Gedankenbild het
en waar nu
is,
dit
operans
zijn
identiek waren,
begrip
van
God
men ook
het
denkbeeld,
in
het
dat
Men zag
in,
dat een
Deus otiosus
op den voorgrond kwam, dat het Deus
werd van de andere
Wezen Gods
Hij
zelf
zijde
daardoor
ingedragen.
V^roeger
afgescheiden van de wereld bestond,
maar nu eenmaal deze gedachte in den tijdgeest indrong en daarmede het Godsbegrip tot een altoos relatief begrip was gedeformeerd, werd en wederzijdsche afhankelijkheid geboren, werd de kosmos van God en God van den kosmos afhankelijk gesteld, want die kosmos, dat erkende ieder, doorliep een proces (denk slechts aan de stelsels van
Men kwam
er
toe,
den
la
kosmos eeuwig
Place enz.). te
laten bestaan, en het proces,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's