Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 143
college-dictaat van een der studenten
§
éen eeuwig
slechts
er
De essentia
5.
125
Dei.
wezen bestaan, daar twee eeuwige wezens
noodzakeliji<e relatie en dus in bindende betrekking tot elkander
in
zouden verkeeren, en ten andere, omdat de werkingen, die wij in en om ons als Goddelijke werkingen waarnemen, in organisch ver-
band staan en dus Dit Eeuwige Wezen
mag
niet
gedacht
den wortel eischen.
in
eene abstractie, ver-
als
verschijningen en werkingen er van
kregen door
alle
om
zeker
daarna
eenheid
ter verklaring
merkeloos x
weg
te
denken,
alleen overblijvend te stellen,
als
maar moet genomen als de volheid van alle realiteiten, overmits de phaenomena van, aan en bij alle andere wezens hun bestand in het Eeuwige Wezen vinden, maar de phaenomena van het Eeuwige Wezen zelf geen anderen grond kunnen bezitten dan in Hemzelven.
In dit
Eeuwige Wezen
geen proces van minder naar
is
meer, maar een eeuwig zichzelven gelijk creatuur alleen bestaanbaar
het
bij
Hem
geen aanvang
voorstelling, die ons
vorm,
met handen, zelfbedrog,
absoluut zijn
naar den beelde
dit
beeld,
hierbij
in
is
zijn,
als
overmits
gegrond
alle
proces
Gods
bestel
in
Gods wezen voorhoudt voeten,
aangezicht,
van menschelijken
als
mond, arm
maar vindt hare waarheid
Gods en ons,
in
in
enz.,
is
geen
ons geschapen
de absolute oorspronkelijkheid van
maar
God
die
niet
het
oog, dat deze bestaansvormen
in
in
God geen grond zou bezitten, wijl er noch een réXo^. De anthropomorphistische
en actie, maar een proces in
is
in
is.
Slechts houde bij
men
ons uitingen
zijn
krachten in ons innerlijk wezen en dat zij in ons wezen het beeld vertoonen van de innerlijke wezenheid in God. Gods wezen eindelijk is geen nu en dan sluimerend of ten deele rustend wezen, maar een wezen in eeuwige, ongestoorde,
van verborgen innerlijk
volkomene
actie.
Vandaar de zegswijze, dat God „actus purissimus"
is.
Toelichting. I.
Nooit moeten wij eene poging wagen,
het wezen Gods.
Wel
A.
is
in
de
is
te
geraken
tot eene definitie
van
paragraaf de cognitione Dei het gevoelen bestreden van
hen, die beweerden, dat
eeren
om
•
niet hetzelfde.
die wij wel kennen, heel
God Ook
niet
kon gekend worden. Maar kennen en
wezen Gods zijn goed kennen zelfs, maar zonder buiten het
er heel
defini-
wat dingen,
dat wij toch in staat
zijn,
om
eigen
kennen wij zeer goed, maar daarom kennen wij ons eigen Wij kennen elkander, maar daarom kennen wij elkanders wezen niet. weten zeer goed wat licht is en leven en liefde, maar op de vraag, wat
wezen Wij
het
wezen
persoon, niet.
er
van
te
doorgronden of
te definieeren.
Onszelven, onzen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's