Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 706
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia).
16
dan die tusschen persoon en wezen. Gaan wij op het persoonlijk bestaan Gods terug, dan kriigen wij weer het verschil tusschen ons persoonlijk bestaan, dat ^z-jzTr'/.vjpov is en het driepersoonlijk bestaan Gods.
zijn en bewustzijn is dieper
in
De meest algemeene distinctie, die hier aangewend God een zijn en bewustzijn. Een bewustzijn alleen
zichzelf
is
de
alleen
kracht;
blinde
maar waar
wordt,
is
dat er
die,
is
op
niets; en het zijn
is
twee een harmonisch
die
Die onderscheiding contact hebben, daar kan eene werking gezien worden. tusschen het bewustzijn en het zijn Gods nu, is het grondmysterie aller dingen waarachter nooit iemand komen zal of komen kan. Die onderscheiding is eene
volkomen ondoorgrondelijke verborgenheid, maar nog niet uitgesproken, dat ons
in
persoonlijk
wezen
alle
creaturen
Die
God ons
een
ondoenlijk
juist
;
kunnen
wij
zelfbesef,
onderscheiden.
boven
quaestieus zou zijn
zij
te
is
het,
daarmede
dit zoo,
is
zij
is
in ons,
dan ons
anders
niet
onderscheiding
omdat
al
neen,
;
van ons
ik
waarin onze hoogheid
die onderscheiding
't
hoogste
denken, die niet die onderscheiding heeft
meest volstrekten en volkomen
ligt
het ons
is
is,
is
gegeven
in
den
zin.
God is en God weet dat Hij is. Wanneer nu die twee, zijn en bewustzijn in God gegeven zijn, dan ontstaat de vraag twee nu los naast elkaar staan of in innerlijk reëel verband met elkander. Daarop antwoordt de Simplicitas Dei reeds, dat het zijn en het bewustzijn niet naast elkander kunnen liggen, want dat er dan compositie zou zijn, maar of die
moeten
staan
in
ons dan ook, dat
Hem
die in
Nu
verband met elkander
de H. S. openbaart
het
allerinnigst
God
krachtens Zijn persoonlijk welbehagen de almachtigheid,
;
gebruikt.
is
Wordt de persoon beheerscht door het zijn of omgekeerd staat God onder Zijn Wezen, of is het Wezen van God aan Hem onderworpen? Daarop is het antwoord, dat, waar God de Heere niet door Zijne is
de vraag
:
gedreven
almachtigheid
wordt
tot
wat
Hij
niet wil,
maar
die almachtigheid
gebruikt tot wat Hij wil, daaruit volgt, dat het bewustzijn in God, de hoogere
boven
relatie
Zijn
Wezen
inneemt.
Gods
Daaruit worden dan 2 relatiën geboren, die van zijn
en die van Zijn bewustzijn tot Zijn
Wanneer nu kennis
;
kennisse
want
er niet
dus in
als het
in
God
kennen
God
bewustzijn het
zich richt
en willen
zijn
1
op
in
of 3 of 4
is,
op het
Wezen Gods
Zijn zijn,
God
is
zijde
zijn,
dan ontstaat de
doorgrondt, dan
genomen de
dan ontstaat het willen
geen toeval maar
zijn
en het bewustzijn
y.vxyy.r,
in
is
relatie
vermogens, maar er moeten er 2
grondonderscheiding tusschen het
bewust-
zijn.
zich richt
wanneer van de andere
Gods, en
bewustzijn
God
het bewustzijn in
zijn tot Zijn
God.
God. Dat
in ;
dat de
van het
er
zijn
;
konden naar de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's