Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 131

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 131

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

§ gekeerd.

buiten

worden

pantheïst

den

van

natuur

de overhand.

Peinzende zaken

de

en

de peinzende

bij

ons, heeft de pantheïstische

bij

is

derhalve geen argument

meeleven met de natuur en nadenken over de oor-

die

krachten,

het

die

in

probleem, of

tusschen

de natuur en in onszelven werken, komen te men onderscheiden kan tusschen God en den

immanet

qui

is,

Zóó de zaak

immanet. de

Maar

het deïsme op.

Het bestaan van het deïsme

naturen,

voor

kosmos,

laatste zal bijna nooit

bovengenoemde bewering.

tegen de

staan

kwam

van den Duitscher

Indiër, of

met den

tegenstelling

in

De

die in Calcutta heerscht.

Engeland

in

;

natuur

113

maar op den peinzenden Indiër

Let

Engelschman,

practischen

NOTIONES FALSAE.

4.

bezien,

van

consequentie

noodzakelijke

den

in

kosmos,

en den kosmos,

quo

in

metterdaad allerwege de pantheïstische idee

is

het

besef

het

feit,

en de belijdenis der

immanentie Gods geweest.

En dat

het

pantheïsme zoo

als het

is

is,

God

vindt zijne a/r;z in

Het

zelf.

God, die den mensch pantheïst maakt, als straf voor de zonde. Dat gaat

is

God om, maar er is eene ontzettende

buiten

niet

pantheïsme

te

Over het verdere proces van eenmaal

de

van

termen

alle

vastheid

den

tusschen

telkens

zich

lichaam grens

de

dan

sferen

nu

gaat

God

Onze

zij

:

ook

ziel

kan buiten

verflauwd,

het

pantheïsme weid

werkenden

doordat loor

te

beheerschen, en

waarbij

crematie),

het

de heele keten verbroken.

is

natuur

transcendent

weggelaten,

om

in

den baaierd van het

ik hier niet uit.

Waar

éen term wordt losgelaten, daar raakt de vastheid

ons eigen wezen.

daartusschen

die deze

van

los en

in in

en

;

'xvxyK-n,

verzinken.

komen

geestelijk

het

en is

het bij

leven

natuur

immanent lichaam

God

inzicht

wij uit

Degrondonderscheiding

de

bij

:

zelve

zij

repeteert

bestaat in het

Wordt de

bestaan.

de transcendentie wordt in

de tweeërlei

wetten,

het naturalisme (atavisme,

physiologisch

wordt

opgevat

en

verklaard. Hierbij

leven

zijn

heeft

lijk

het

plaats

in

Of de physiologiseering van het

het tegenwoordig, feitelijk bestaan.

eerste opvatting leidt tot pogingen als

leven

te

voeden door zekere kruiden,

Derwischen-systeem, altemaal pogingen,

geestelijke

men aan

geestelijk

Of ze gaat

op den oorsprong.

terug tot

De

twee mogelijkheden.

alleen

in

het

te

werken.

sacrament

In

een

Christus'

bij

de Manicheën,

tot geeselingen

om

door

om

het geeste-

des lichaams,

stoffelijke

tot

dingen op het

kerk sloop diezelfde doling

in,

toen

physische beteekenis ging toekennen, gelijk de

ethischen spreken van een „eten der beginselen van het verheerlijkte lichaam".

Of wel,

die

opvatting neemt

uit

zonden en misdaden physiologisch

het geestelijk alle schuldbesef weg, door de te verklaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 131

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's