Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 125
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
—
§
De
8.
103
Fide.
dan dat geloof ook toegeschreven aan „niet-menschen" (engelen), en wel
wij
dien
in
juist
dat
zin,
het
hetzij positief of negatief.
de natuur behoort,
tot
Immers ook van de gevallen engelen staat, dat zij „Tri.TTiioDa-r^. In de Heilige Schrift vinden wij dan ook een algemeen menschelijk geloof aangegeven, dat geheel buiten de zaligheid omgaat. Cf. Hebr. 11 : 1 (s ty%oq De cr/o-rrc is niets anders dan 't middel, dat ons een 7r,cxy,uy.Tw ol /?Aï7r5,ac'ywy).
volkomen zekeren band
Van zonde,
ook vers
Cf.
heid om.
6,
is
d.
^.bpxrcf.
naar wiens beeld wij geschapen
nog geen sprake.
salvifica is
geloof geheel buiten de zalig-
't
de band, die ons het
aan de wereld van God.
i.
van zonde, van de fides
waar gesproken wordt over
Geloof
['t
de
aan
geeft
of verzoening
God
bewustzijn geeft van
stellig
zijn].
aan de Hebreen vinden wij een aanwijzing aangaande de vraag, of de Heere Jezus ook geloof heeft gehad nl. in Hebreen 12 : 2. (Over de exegetische quaestie, die hier inzit, spreken wij niet; alleen zij dit gezegd: Jezus
den
In
ons
ging
brief
den geloofsstrijd voor;
in
Het geloof opgevat sensu speciali mag zou
't
heel
zijn
godheid
den geloofsstrijd aangebonden).
Hij heeft
niet
toegekend aan Christus, v/ant dan
Maar
vernietigen.
dan natuurlijk was het ook schelijke natuur.
Doch
in Jezus,
Cor. 13
is
sprake
staan
nu
van dingen, die maar een
is
er
Wanneer
vers 12 en 13.
tegenstelling
opvat
't
nemen
geloof
hoorende
want anders ontzegt men bij
bij
ons.
bij
yv'^a-tc
uipouc,
':y.
tijdelijk
karakter dragen.
vers 12 de
in
dan maakt
yvCoa-tc
dan
blijft
zij
niet.
bewustheid van den band) dan natuurlijk heeft
omdat de bewustheid van dien band met
8 enz.
Trpia-u^Troy
gesteld
Wanneer men
hier
fides
Zoodra toch de mensch salvus
Maar neemt men de
geen salvificare meer.
d^
In vers
Daartegenover
den indruk, alsof het
dit
tusschen geloof en aanschouwen geldt.
als fides salvifica,
de
als
de natuur
Hem de menHem krachtens
13 beschrijft ons de duurzaamheid van het geloof.
:
wordt tegenover de de
als
het bewustzijn van dien band droeg
de unio personarum een ander karakter dan /
wij
als
bewustheid van den band, die ons bindt aan God,
God
zij
fides sensu generali (als
is,
de
een eeuwigdurend karakter,
blijft,
ja in
de eeuwigheid nog
versterkt wordt.
Dat ook de Heilige Schrift bezigt, daar
't
waar geen sprake
woord „gelooven", is
van de
ja zelfs
„gelooven
fides salvifica, zien wij
in
God"
'\nJona3:5,
waar van de Nineviten gezegd wordt, dat zij geloofden in God. Machtigst komt dit uit in de tegenstelling. Wat is ongeloof ? Absentie van geloof of nog iets meer ? Wij raken hier de quaestie aan, of God, die het donum 't
geeft aan
wien
aan wie Hij
't
Hij wil,
ook
niet tevens
oorzaak
is
van het verderf der anderen
niet geeft.
Deze nuchtere vraag vindt
zijn
oplossing
in juiste
onderscheiding.
Bij
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's