Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 516
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE CONSUMMATIONE SAECULI.
40 4 idem.
Spr.
11
:
Spr.
11
:
17,
Spr. 15
:
24.
Dit
de klare, heldere uitspraak, de volledige uiting dezer gedachte.
is
van
sprake
Scheool het
28 hetzelfde van de „tucht" gezegd.
pad
een
levens
in
van het pad des levens
betreden
met den weg,
tegenstelling
Er
is
die naar de
eene loopt naar boven, de andere gaat naar beneden en
Het
leidt.
des
om
middel
is
te
ontkomen aan de
hel-
lende macht van de Scheool.
25
Jes.
:
8.
Triumf van Jehovah
Weer dus de Heere
den dood.
over
voorgesteld als
zal dood aan kan, er bevechten. Die dood wordt aangegeven als oorzaak der tranen en van smaadheid. Welnu, met die overwinning des Heeren over den dood zal tegelijk het einde gegeven worden van de smart en de smaadheid van het volk.
eene
macht,
die
eenmaal
den
de overwinning over
Ezech. 37.
Een prachtige
de profeet er
staat
zoogenaamde „doodenveld van Ezechiel". aarzelend tegenover. „Heere, Heere, Gij weet het!"
profetie,
Eerst
't
(vs. 3)
Gods Almacht, hij staat niet in de idéé, dat het niet kan; alleen, 't is hem nog niet geopenbaard. De vraag: „zullen deze beenderen levend worden ?" is een vraag van den Heere aan den profeet, niet omgekeerd. Ook hier weer een krasse vorm van overwinning op den dood. De reconstructie van alles, wat de dood gedeconstrueerd had, wordt zoo Hij
niet
twijfelt
aan
—
beslist mogelijk uitgesproken.
De kerk
uitspraak,
allersterkste altijd
Job 19
:
begroet
25—27
den persoon, heeft de
ditzelfde verdiept in
die
in
(Hebr. tekst).
Letten wij eerst op het verband,
Job antwoordt hier van zijn gebeente vs. 17 vv. ;
met de huid
zijner
zich, alsof hij reeds in
vervolgt
en
in
zijn
klaagt over zijne eenzaamheid
vleesch (vs. 20)
;
hij
is
Gij
ontkomen
de diepte van die verlatenheid gevoelt
de Scheool was neergedaald. Daarom roept
fermt u mijner enz." (vs. 21
„Waarom
aan
kleeft
tanden
ellende,
zijne
uit
hij
:
hij
„ont-
v.).
mij
als
God en wordt
niet
verzadigd
van
mijn
vleesch ?" enz.
„Want
ik
weet, mijn Verlosser leeft."
Alles begeeft hem, niets troost tisch
groot,
besef
dat
op. hij
Zijn
zijne
klaagtoon vrienden
voor eeuwig op een rots
hem en nu waakt verstomt
roept
om
;
wat
het
hij
in
met eene
te schrijven (vs. 23, 24).
hem
in
gevoelt,
eens een profeis
zoo oneindig
ijzeren griffie en lood
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's