Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 506
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE CONSUMMATiONE SaeCULI.
30
Hoe wordt ons
Oude Testament voorgesteld
die Scheool in het
Antwoord
?
dat in die Scheool een mechanisch duplicaat van de wereld bestaat. Gelijk de
wereld
aanzien
tot
volken"
zijn
Oude Testament voorkomt. maar dat
hebben, rang
en
stand
Nebukadnezar het
14
zijn
;
geslachten van
is
een begrip, dat wij
Gen. 42
in
niet
Dat
er
4 vv. de beschrijving van de komst van
:
38, toen zijne
:
meevoeren naar Egypte, dat
dan
hij
Denk ook aan een
Scheool zou afdalen.
„Verin het
ons „graf"
bij
voorstelling zin heeft.
de Scheool en dat er geslachten en stammen
in
gezegde van Jakob
wilden
die Scheool zijn allerlei
stam er
een uitdrukking, die herhaaldelijk
de genoemde
blijkt uit Jes.
is,
in
bij
der eere en der oneere.
plaatsen
is
Dit nu
naar
alleen
stam
volk,
bij
eenvoudige geslachten,
en
zameld worden
Ook
zoo ook de Scheool.
ingericht,
is
natiën en stammen, en volk gaat
zijn,
volgt uit
zonen Benjamin met zich
in droefenis tot zijn
zoon
dergelijke uitdrukking van
in
den
David na
den dood van het kind van Bathseba. In
de Scheool
ligt
dus uitgedrukt, dat de ordeningen van het leven niet alleen
voor de aarde bestaan, maar ook voor hiernamaals. Ziedaar de eerste „Ansatz"
voor het koninkrijk der hemelen, voor het
rijk
Dat mist de phi-
der glorie.
De meesten nog wel aan een voortbestaan der ziel, maar denken, dat het na den dood met dit leven en dezen KÓa-fioq uit is. Daarvan is de Scheool de losoof, die het er
voor houdt, dat het met
leven
dit
is
afgedaan.
gelooven
negatie.
Scheool
de
In
met den dood
niet
is
een substraat van
Zoo
gedaan.
ligt
dit
aardsche leven
het
;
is
daarin de eerste kiem voor het geloof in
de opstanding der dooden, de wederopstanding des vleesches. In die
„of is
dus
Cf
Scheool wordt dan ook de tegenwoordigheid Gods gedacht Ps. 13|(:8 :
sloeg
mijn bed op in de Scheool, Gij
ik
natuurlijk
zijt
daar"
;
want de slaapkamer
meer en beter dan de studeerkamer beeld van de Scheool.
Doch God is daar niet meer de werkzame God. 't Is, alsof de tegenwoordigheid Gods daar een gestaakte, een opgeschorte is, zoodat er geen leven uit voortkomt, cf. Ps. 88:11. „Zult Gij wonder doen aan de dooden ?" een vraag, die niet altijd een pertinente negatie uitdrukt. Het denkbeeld komt bij den dichter op „als God eens een wonder deed in die Scheool !" een beslist antwoord ;
daarop
heeft
hij
nog
niet
;
hij
de dooden weer opstonden en
„zou
U
loofden?"
„Zou het
En dan
in vs.
de openbaring van de wonderen des Heeren ook
plaats
van
nog voor.
staat er
hebben ?"
„reuzen"
en
(Het woord
dan
is
D\'<3"i
in vs.
de zin deze
:
1 1
laat
in
zijn
kunnen, dat
13 weer een vraag
de Scheool kunnen
twee vertalingen toe
;
óf die
„zoudt Gij een wonder doen aan die
reuzen in de Scheool, hen doen opstaan om U te loven zou dat wonder geschieden ?" óf van den stam nan met de beteekenis „van het zwakke"' ;
waarin het schimachtige, het wezenlooze van den toestand in de Scheool zou liggen.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's