Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 191
college-dictaat van een der studenten
§ van
hoovaardij
De
6.
uitoefening van het souverein gezag.
usurpator, de andere bestaande in vleierij, lafheid, laag-
den
wegwerping van eigen persoon en karakter
heid,
den usurpator ontsteekt, gaan op
allerlei
in
hem, die den wierook voor
Woord
gebied tegen Gods
dien volgens de Schrift de machtigste vorst der wereld
in,
naar-
mensch volkomen
als
met den eenvoudigsten bedelaar.
gelijkstaat
Wil
163
zeggen, dat door het Evangelie de gelijkheid van mensch met mensch
dit
gepredikt wordt ?
Neen, de
van
de
elkaar
van onze geheele maatschappij
tweede en derde
eerste,
Verder
gelijk.
zijn,
in
;
geen twee menschen aan
verschillend
Dit
is
zijn,
gegeven
menschelijke geslacht, en ten beste van dat geslacht. Als
aan
der
Reformatie,
ze
hij
alles
groote mannen schenkt, zooals
Het
ongelijkheid
en
is
één
talent
bekwamen voor de
dan
tevreden te
steun of
is
geen gezag voort.
vloeit
hij
hetgeen
een gave van
God om
God aan
dat volk
vrijmacht vindiceert
zijn
van
die
om God
omdat God absoluut vrijmachtig
zijn,
te
en
is
Uit het
uit
feit,
dat de
over den kleine,
schonk, want de sterke
Dit heeft
niets uit te staan.
geeft alleen blijk daarvan, dat
maken met gezag.
de andere een dwergachtige gestalte
Oefent de groote gezag
God hem
van de zwakke gegeven.
met overhoogheid
tijde
dan schenkt
scheppen.
mensch langer en grooter misbruikt
een bepaalden
in
Daarom moet een mensch,
Die ongelijkheid evenwel heeft niets
heeft,
zijn
geheele
ons land ten
in
taak, die
waardoor God
juist,
ontving,
den mensch zoo of anders eene
God
't
eene ongelijkheid, die de souvereiniteit niet wegneemt. het
is
te
naar Zijn welbehagen te doen.
slechts
aan
zijn
staatslieden, redenaars, kunstenaars, musici enz.,
verrijken
te
heeft opgelegd.
Zulke
veel
hun persoonlijk voordeel, maar ze
niet tot
volk
het
volk
een
van karakter, aard,
de beteekenis, dat de verschillende gaven.,
menschen gegeven en uitgestrooid
tijd
met
zijn
strijd
neiging, talent, gaven, herkomst en levenspositie.
zin,
alles uit elkander.
die onder de
dat zou in
de wereld bestaan er menschen
klasse, en zijn er
personen
alle
zijn
temperament en aanleg, Het loopt
zou geen prediking
dat
integendeel,
instelling
is
tot hulp
en
met de beschikking over personen
Dat God
zijne
Gods overhoogheid ook
gaven ongelijk verdeelt, in
't
uitdeelen daarvan
over onze personen beschikt.
Ons geldt, in
eerste
zoo
uitgangspunt
van
den
ligt
dus
hierin, dat
van
alle
menschen volkomen
machtigsten vorst als van den armsten bedelaar, dat
zonde ontvangen en geboren
zijn.
Die twee, naakt voor
God
gesteld,
zij
maken
geen verschil.
Het tweede uitgangspunt
Op
elk
gebied
van
het
ligt
theologisch.
leven
worden richtingen en inzichten bepaald
onze belijdenis van een Eeuwig Wezen.
Nu
deelt zich de belijdenis
tot
van een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's