Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 172
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
154
eindige hoegrootheden
ontstaan
derhalve
;
maar daar kan nooit
;
iets
anders dan wat eindig
het stellen van eene compositie in
is
God
Schrift, die leert, dat
oneindig
God
in strijd
is uit
met de
is.
nog behandeld te worden, hoewel het niet causaal verband staat. Ook onze vaderen hebben dit punt altoos hier behandeld. Het is namelijk de vraag, of God, als Hij dan geene compositie is, toch eene compositie met iets anders kan aan[Een
punt
enkel
dient
hierbij
met de compositie
rechtstreeks
in
simplex zijnde, venire in compositionem cum composito ? aan de orde gekomen in den geheelen strijd van de kerk tegen het Eutychianisme en evenzoo tegen het Nestorianisme, toen het namelijk de vraag gold, of Christus eene compositie i's van God met de menschelijke natuur. Die zaak is daarom van zoo hoog belang, omdat, wanneer ik A met B componeer, A + B semper maius est quam A. Neem ik dus aan, dat ik eene gaan.
Kan God, hoewel
Deze kwestie
is
heb van God met de menschelijke natuur, nl. in Christus, dan is Godmenschelijke natuur in Christus meer en hooger dan de Goddelijke natuur in God. Dat is juist de dwaling, waarin in de vorige eeuw de Hernhutters verloopen zijn. En het is de gronddwaling van heel hunne afwijking. Onze vaderen, die toen nog goede theologen waren, hebben in tractaat na tractaat daartegen gestreden en deze Christolatrie weerstaan. In onze tijd, vooral door de Schellingiaansche philosophie, is diezelfde Christolatrie weer principieel opgevat door de ethischen, die nu natuurlijk de Godmenschelijke natuur van den Christus logisch boven de Goddelijke natuur moeten plaatsen. Doch dit gansche stuk is behandeld in den locus de Christo. Ik wees er hier alleen op, wijl ook hier wederom de wortel in den locus de Deo is te zoeken.] compositie die
B.
In
oLSe/xlx
1
Joh.
in
;
1
:
5 lezen wij on
Joh. 4
1
aXri^tvoq ^ihq
k<xc
8,
:
^oj/;
on
h
B-eog
(p(bt;
ka-rlv y.xl a-Ksrlx
3-eèc c^-yxTYj ïa-rvj
b
Dczc
«!Ój!/;o<;.
en
in Joh.
drie uitspraken
5
ïv y.urh}
20
:
:
oLk
ea-rtv
oIt'oc ïrrnv
van den apostel Johannes
hebben eene zelfde strekking ten opzichte van de non-compositio, sed simpliDei.
citas
omdat wijst
maar denis
echter f^c.
van
eigenschap,
(fw
De
„licht';
plaats
eerste
uit,
dat
Daarom
het
een
't
Hollandsch niet zoo precies nauwkeurig,
als substantive gebruikt wordt.
substantief
is,
rust.
immers,
„Licht" toch
God, neen, maar God
iets in
geïdentifieerd.
in
En
natuurlijk,
datzelfde
is
komt
God
heilig etc.
is,
maar dan
in
hier niet
zelf licht, Hij
van
karakter
hare qualiteit geldt voor alle „eigenschappen" Gods. dat
er staat
Het Grieksch niet ft^retvót;,
deze uitspraak een der fondamenten, waarop de
is
de simplicitas Dei als
is
zoowel adiective
dien zin, dat Hij
We is
voor
als
belij-
eene
wordt dus met de essentie en
kunnen wel zeggen,
de Heilige, het heilige
absoluten zin. Hij is geen Wezen met het attribuut bijv. van recht, neen, maar wie het recht aanrandt, die randt God zelven aan. Hetzelfde zien wij in 1 8, waar God niet heet sf.yx-Trw of ipiy^cc, maar waar van Hem gezegd Joh. 4
in
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's