Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 13
college-dictaat van een der studenten
;
.
Inhoudsopgave.
xiii
De <|/t>x,/7 V. d. mensch niet emanata of cogitata, maar creata. 37 De unio van 'i^uyf, en aC^ixx. Hun werkingen op elkander. 39 De compositio blijft niet altijd dezelfde. 41
8. 9.
(lira) <rxp'^
elk bezield wezen
Bij
:
(121?) o-ri^x
(nii)
-Kvvjfjüx
y,xi.
ifu'^ri
(IS'^S.^)
ttv lü fJ, x (substraat, geen eigen substantie, zijn „ik") bij d. m e n se h hun eenheid worden ziel en lichaam beheerscht door den vóus^v. God. 42 Wie deze wet op zij zet en het (T'',>ux laat overheerschen, is a-xpy-iKÓc. 28
Alleen
Wie Wie
§
:
In
10.
zijn
bewustzijn ontvangt uit de wereld (door zijn
dit ontvangt Immanentia (inhabitatio)
12.
Beteekenis van
31
Tru^ijfi'^pKbc
31
is
V. h.
tcvi'j^x tzü 0c5i, 42
rrxpy.rjcc xc'y.óc,
-i^iiyjKÓc,
etc.
is
44
tusschen den éénen mensch en de veelheid der menschen, of den
20.
4.
-^i'jyKoc.
ziel),
God door de
11.
uit
45
persoon en de menschheid I.
II.
III.
§
van één species; 45 Alle menschen 48 menschenpaar herkomstig „ Alle „ „ „ vormen „ organisme, geen aggregaat. Alle „ zijn
;
tusschen het productieve en receptieve
30.
5.
in
51
den mensch
of
man en 55
vrouw. 1,
§
Tegenstelling;
4.
6.
2.
verhouding;
Het ontstaan van de
3.
huwelijk.
60
ziel.
Praeëxistentianisme, 61, 63; traducianisme, 61, 64; creatianisme, 62, 65.
De §
7. 1.
2. 3.
4. 5.
6. 7. 8.
9.
10.
§ §
generatie v. h. lichaam, 66
De
;
het contact van lichaam en ziel met de zonde. 67
68
facuitas percipiendi, intellegendi, volendi.
Augustinus en De facuitas percipiendi. 69
Deze quaestie
bij
68
later.
intellegendi. 72 De „ volendi. 74 De „ De voluntas wordt beheerscht door den
intellectus. (ignito nuUa cupido.)
Voluntas non solum dependet, sed etiam determinatur ab intellectu. Verklaring van eene figuur tot opheldering. 80
De De
verschillende invloeden op het „ik". vriiejaol^iibertas
Resumplie van
't
De
9.
Begripsbepalingen.
76
81
voiuntatis)en h. liberum arbitrium voorgaande. 85
8.
75
(libertas
i
nteliectusi. 82
89 98
conscientie.
wezen, natuur 3. bewustzijn, geest, ik, persoon. 98, 101 bestemming, roeping; 5. staat, stand. 99, 103 II. 100 III. Neiging, hartstocht, lust, drift, aandoening. 100 IV. Gewaarwording, besef, begrip, gevoel, voorstelling, verbeelding. I.
1.
Existentia, essentia
4.
Aanleg, inborst,
;
2.
V. Vermogens, talent, genie. VI. Verstand, hart,
;
karakter;
gemoed.
101 101
^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's