Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 117
college-dictaat van een der studenten
§
De EXSISTENTIA
3.
99
Dei.
arma („ut armentur"), niet om door die wapenen hen te dwingen tot erkentenis, maar om hen af te slaan van het Christelijk erf, en te beletten, dat hunne theorieën twijfel zouden werpen in het hart der Christenheid. a n u s, die zich tamelijk breed met deze kwestie heeft Bij A m a n d u s P o 1
beziggehouden, worden die overwegingen dan ook niet gebezigd als bewijzen voor de exsistentia Dei, maar om den band te leggen tusschen de theologia
de theologia
en
insita
De
eerste wordt,
God
zelf
gewerkt. Doch gelijk de bekeering ook maar met medewerking van den mensch,
boorte, ooit anders dan door
stand komt door eene daad Gods,
tot
ook
zoo
er
is
de
in
kosmos,
op den
denken, het
het
der historie, wordt
mensch,
rw
'r/t
de theologia
die
de
als
insita bezit.
Door
te letten
de zedelijke wereldorde en den loop
ré/'.oc,
Tror/^^uxrwy
evenmin
wel eene daad Gods, maar onder
acquisita
theologia
medewerking van den
de wederge-
acquisita.
y.iScsg
SÏ/UX/U.11; Kxr. B-ciÓTYii; ts'j Sfec'j
erkend
de theologia acquisita.
in
dienzelfden zin wijst
In
U
r
s
i
n u
s,
zijne „Loei", pag. 459,
in
op de navol-
gende gegevens, die tot de ontwikkeling van de theologia acquisita bijdragen:
op de orde en het regiment, dat in den kosmos zichtbaar is; 2e. op ons zelfbewustzijn en op onze geestelijke instrumentatie, waarvan hij, na ze aangewezen te hebben, zegt: „Cum igitur mens humana non sine 1*=.
principio
neque a se ipsa
potest
esse
intellectricem esse,
exsistat, necesse est
op onze zedelijke ideeën, de zedelijke wereldorde; op de zekerheid van de axiomata en principia, waaruit wij redeneeren;
3^. 4e.
5e.
op de conscientia, die ons verwijt;
6^.
op de poena iniustorum;
7e.
op de societas
8^.
op
inspiratie
bij
politica;
motus
de
heroïci,
waaronder men
verstond
destijds
de hoogere
gevecht en andere hoogere momenten, de bezieling door
kunst,
hooger vuur,
een
aliquam naturam
quam Deum nominamus";
al
wat zich
in
den mensch openbaart
als
de inspiratie van
eene hoogere macht, zooals wij spreken van „kunstinspiratie"; 9e.
op het profetisme, het vooruit verkondigen van gebeurtenissen,
daarna geschied 10e.
en
die eerst
zijn;
in de schepping; op de onafgebroken reeks van oorzaken en gevolgen, die wij
op de teleologische orde 11
e.
in het
bestaande waarnemen.
wat
In
begrepen,
de
hier
maar
exsistentia
zelve
niet
opgesomd wordt, zelfs
Dei
te
nog
zijn
verrijkt.
Maar
bewijzen, maar
meer dan een
besef
dus
om
ze
die
latere
komen
bij
„bewijzen" niet alleen Ursinus niet voor,
de cognitio Dei
en gewaarwording
is,
insita, die
over
om
op zich-
te leiden in
ons
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's