Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 201
college-dictaat van een der studenten
§
verzaakt zijne roeping en boet
volgt,
de „natuur"
vrij,
De nominibus
6.
De
mensch
adel als
zijn
ook zoo doodend voor
doen
anders
niets
en
geestesleven
De
in.
„geest"
is
Vandaar, dat aan de natuur het
naar buiten treden.
begrip van de natuurwet onafscheidelijk verbonden ralistische school
183
gebonden.
is
moeten
energieën
Dei.
Daarom werkt de
is.
natu-
geestesontwikkeling, wijl
dan den aard van de natuur toepassen op het
kan,
natuurwetenschappen indragen
der
karakter
het
alle vrije
in
zij
vrije
de
vrije
wetenschappen. Het begrip „natuur" moet ten slotte ook w.
d.
de geheele kosmos
z.
met noodzakelijkheid en wetten. wij
niet iets aparts,
als
éen
machtig
ons absoluut worden genomen,
Als wij spreken van de natuur, dan bedoelen
maar dan wordt al het bestaande en geschapene opgevat Zelfs als wij van den regen, den wind en de
organisme.
spreken als van „natuur", of ook, de stad uitgaande, „de
dingen
elementaire
bij
een organisme, met vaste energieën en Potenzen,
is
natuur gaan bewonderen", dan ondergaat het begrip wel eene kleine wijziging,
maar de grondgedachte handen gemaakt geschapen
is,
hebben
vromen
kan
zin
wat met een eigen noodzakelijk leven
datgene
en
voor den kosmos
gelijk dit geldt
Zwingli heeft eens verklaard in
de tegenstelling tusschen wat menschen-
toch
blijft
men de
als geheel.
„Natura pie Deus, Deus pie natura
:
God noemen.
natuur
De
natuur
dici potest",
is
dan
al
het
bestaande, als een organisme, waarin eene aandrijvende en bezielende energie.
En inzooverre nu God immanent
in
is
zijne schepping,
kan men het gezegde
van Zwingli goedkeuren, ofschoon het toch altoos gewaagd
Zoo verstaan ons nu
te
wij dus „natuur"
denken,
als er
sprake
God den Heere
wordt op
van is
al
van de
Immers,
natuur, dat aliquid nascitur, (póerxi
alle
roü 3-eoi?
wij
Immers, hierbij
een begrip toegepast, dat oogenschijnlijk alleen op
das Werdende kan worden overgebracht. van
(pCutc;
blijft.
Maar wat hebben
het geschapene.
ti,
juist dit is
iets
de eigenaardigheid
voortgebracht wordt.
Bij
bewegen wij ons derhalve op het gebied van het worden, niet van En God de Heere is geen worden, maar het absolute zijn "ws 7^''r\H
„natuur" het zijn.
:
men
concludeeren, kan het begrip van „natuur" niet
op God worden overgebracht.
(Wij laten voor het oogenblik de eeuwige gene-
Derhalve, zoo zou
^^''p'ii-
ratie
des
Immers, plaats
wordt.
Zoons rusten
bij
God
onderstelt
Zoo
bij
is
;
dit
punt komt
elke
andere
tpï^o-t^
alle
maar
de driepersoonlijkheid ter sprake.)
niet
actu.
stellen.
zij
En
in
de tweede
teweeggebracht
Zoo zou men ook achter
of
vóór
Wij hebben hier dus hetzelfde als
andere anthropomorphistische uitdrukkingen. Ur~<p6<Ti^,
ook
eene macht, waardoor
het kind, dat nascitur e patre.
God een anderen vadergod moeten bij
bij
er niets in potentie, of het is er
God
is
er geenefïjü-ic,
eene afgeleide natuur, maar eene Urnatur.
En waar nu
Bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's