Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 286
college-dictaat van een der studenten
§
De virtutibus
7.
Dei.
De dusgenaamde „eigenschappen" Gods mogen gesteld
niet
worden voor-
overmits ze dan voorkomen als van
divina,
attributa
als
wezen Gods onderscheiden en alzoo God tot eene compositie zouden maken en de simplicitas Dei te niete doen. De uitdrukking
het
„eigenschappen"
op zichzelf
is
niet onjuist,
zonder dient
alzoo
het
eigen
y.per^
en virtus, niet versta
men
uitsluitend ethischen zin. „Virtutes" duidt aan, dat
in
heeft
op hoedanigheden, die
door
niet
iets
door inwonende krachten, die het wezen
ver-
spreken van de
Schrift, te
deugden Gods, mits men deze, evenals
en waar-
is
Maar voorkeur
kan gedacht worden.
op het voetspoor der
toch,
het
niet
overmits ze doelt en
Wezen
heenwijst op hetgeen aan het Goddelijke
het
oog
anders werken, maar
Noch de
zelf zijn.
realis-
tische noch de nominalistische verklaring van deze virtutes Dei
de Schrift genomen.
uit
op
reëel
als
Wezen
tot
zichzelf
De
is
realistische opvatting stelt elke virtus
bestaande en verlaagt alzoo het Goddelijke
eene samenstelling van deze
realiteiten.
Het nominalisme
daarentegen leent aan de virtutes Dei slechts een schijnbestaan in
onze voorstelling
maar worden deze
ze
;
slechts
dan
bestaan
zoo
werkelijk alzoo
niet
door onze
verstaan
in
God,
Tegenover
ratio.
averechtsche voorstellingen moet de leer der openbaring ge-
handhaafd dat onze
ratio niet ratiocinans,
maar
ratiocinata
is,
d.
w.
z.
dat zeer zeker de onderscheidingen en benamingen voor deze virtutes
onleend
zijn
aan ons menschelijk besef, edoch dat ze
suapte bestaan, maar er door
God
ectypen van wat archetypisch
is
alzoo
in
zijn
in
gezet
deugden
zijne
haar
noodzakelijk
schepping
is
doeleinde.
er opzettelijk
virtutes divinae
om
het
En
alle
van
te vatten
en
uit zich
niet zóo,
dat
God
zedelijk
bestaan
indifferent zou
af
zijn
te
spiegelen.
in
die
in
om
voor geschapen en op aangelegd,
door eigen besef
zijn
wezen Gods
bewuste schepsel
lofzegging en aanbidding en evenzoo persoonlijk en energie
en wel als
Alleen hierin vindt de schepping
openbaren.
te
zijn,
besef niet
wezen.
Heel de schepping heeft geen ander doel dan in
in dit
deze
dank,
feitelijk in
Het
is
in
de
dus
en dat eerst ons bewustzijn
zou
de veelheid en volheid der onderscheidingen aanbrengen. Maar ons besef van deze veelheid en volheid in
God
is
in
deze
indifferentie
door
God
zelven, en wel niet pro libitu,
maar ectypice,
d.
i.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's