Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 286

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 286

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

§

De virtutibus

7.

Dei.

De dusgenaamde „eigenschappen" Gods mogen gesteld

niet

worden voor-

overmits ze dan voorkomen als van

divina,

attributa

als

wezen Gods onderscheiden en alzoo God tot eene compositie zouden maken en de simplicitas Dei te niete doen. De uitdrukking

het

„eigenschappen"

op zichzelf

is

niet onjuist,

zonder dient

alzoo

het

eigen

y.per^

en virtus, niet versta

men

uitsluitend ethischen zin. „Virtutes" duidt aan, dat

in

heeft

op hoedanigheden, die

door

niet

iets

door inwonende krachten, die het wezen

ver-

spreken van de

Schrift, te

deugden Gods, mits men deze, evenals

en waar-

is

Maar voorkeur

kan gedacht worden.

op het voetspoor der

toch,

het

niet

overmits ze doelt en

Wezen

heenwijst op hetgeen aan het Goddelijke

het

oog

anders werken, maar

Noch de

zelf zijn.

realis-

tische noch de nominalistische verklaring van deze virtutes Dei

de Schrift genomen.

uit

op

reëel

als

Wezen

tot

zichzelf

De

is

realistische opvatting stelt elke virtus

bestaande en verlaagt alzoo het Goddelijke

eene samenstelling van deze

realiteiten.

Het nominalisme

daarentegen leent aan de virtutes Dei slechts een schijnbestaan in

onze voorstelling

maar worden deze

ze

;

slechts

dan

bestaan

zoo

werkelijk alzoo

niet

door onze

verstaan

in

God,

Tegenover

ratio.

averechtsche voorstellingen moet de leer der openbaring ge-

handhaafd dat onze

ratio niet ratiocinans,

maar

ratiocinata

is,

d.

w.

z.

dat zeer zeker de onderscheidingen en benamingen voor deze virtutes

onleend

zijn

aan ons menschelijk besef, edoch dat ze

suapte bestaan, maar er door

God

ectypen van wat archetypisch

is

alzoo

in

zijn

in

gezet

deugden

zijne

haar

noodzakelijk

schepping

is

doeleinde.

er opzettelijk

virtutes divinae

om

het

En

alle

van

te vatten

en

uit zich

niet zóo,

dat

God

zedelijk

bestaan

indifferent zou

af

zijn

te

spiegelen.

in

die

in

om

voor geschapen en op aangelegd,

door eigen besef

zijn

wezen Gods

bewuste schepsel

lofzegging en aanbidding en evenzoo persoonlijk en energie

en wel als

Alleen hierin vindt de schepping

openbaren.

te

zijn,

besef niet

wezen.

Heel de schepping heeft geen ander doel dan in

in dit

deze

dank,

feitelijk in

Het

is

in

de

dus

en dat eerst ons bewustzijn

zou

de veelheid en volheid der onderscheidingen aanbrengen. Maar ons besef van deze veelheid en volheid in

God

is

in

deze

indifferentie

door

God

zelven, en wel niet pro libitu,

maar ectypice,

d.

i.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 286

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's