Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 488
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE FOEDERÈ.
Ö4
gaan onderzoeken en zoo er weer bondsleer
Gode
nu,
hoort er weer van
in
Langzamerhand
in thuis geraakt.
dank! weer opgekomen
zij
als
En niet nu weer mee
gebed en predikatie.
is
de ver-
Men
een levende kracht. alleen de
mannen, ook de
bezig. Juist daarom echter vrouwen en kinderen houden er zich valsche mechaniek op zij de is het dan nu ook van het hoogste belang om te zetten en in te zien den vasten grond, waarop de verbondsleer rust. Daarvoor nu is noodig, dat we, gelijk bij alles wat op de gratia particularis betrekking heeft, eraan denken, hoe we steeds te doen hebben met den menschelijken persoon als instrument. De menschelijke natuur wordt gebruikt, zooals die
Dat
bestaat.
te
hebben voorbijgezien
de oude theologen, Junius menschelijke natuur
Om
het
zakelijken
b.v.,
steeds
de schepping,
bij
Werkverbond
niet
is
maar
de groote fout geweest. Toch hebben
gewezen op de gegeven factoren
om te zien,
mechanisch, maar
als iets
het leven te verstaan, moet
vorm voor
de menschelijke natuur, waaruit de
realiteit
in
hoe die door God gebezigd
men vragen
als :
de
zijn.
een nood-
Wat
is
er in
van het Werkverbond voortvloeit ?
Dat deden de Engelschen niet. Zij namen den mensch als voorbeeld, en zetten daardoor den boel op zijn kop. Onder de menschen het verbond vindende, vroegen zij zich af, of er nu bij God niet zoo iets zou zijn, dat daar ook wel
op
Ze zochten dus
leek.
bij
den mensch het
en
origineel,
bij
God
het afdruksel.
Doch in de menschelijke natuur zelve moet de noodzakelijkheid van een verbond worden aangetoond. En om den mensch te verstaan moet ik in den mensch altoos blijven zien de imago Dei. Dus om den mensch te kennen moeten we van hem opklimmen tot het origineel van de imago. In God zelf hebben we de verbondsrelatie te zoeken. Die in Hem vindende, zien we dan ook in, hoe de verbondsrelatie van den mensch tot God noodzakelijk was van het oogenblik
moeten
af,
blijven
dat
hij
bestaan.
den eersten kik
Dan
staat
gaf,
en tot
in
de eeuwigheid toe zal
de verbondsleer vast en harmonieert het Hiertoe nu zijn
Werkverbond met deze ééne gedachte.
vorige uiteenzetting, die ons toonde, dat het verbond
is
we gekomen door
de
een over en weer zich
door willekeur maar met noodzakelijkheid saamgebonden weten om met heel zijn existentie, niet voor een tijd, maar van den aanvang tot den einde, voor elkander in te staan tegen alle macht, die zich tegen een van beiden
niet
opmaakt. daar
Daardoor wordt het
gevonden wordt, waar de personen
één wezen uitmaken.
de verbondsidee. als
duidelijk, dat
In
de Drieëenheid
ligt
de volheid van het verbond eerst niet
in
maar
de volle absolute realiseering van
Niet alleen het pactum salutis
zoodanig geeft de verbondsrelatie
elk naast elkaar staan,
maar de Goddelijke oeconomia
haar meest absoluten vorm
;
waaruit
waar Vader, Zoon en Heilige Geest zich tot het verlossingswerk opmaken, die gezamenlijke werkzaamheid geen andere moda-
dan,
als
gezien,
volgt,
dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's