Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 133

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 133

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

I

§

NOTIONES FALSAE.

4.

spoor worde gehouden.

rechte

van

scheiden

den

goed of kwaad pereert

Alle actie gaat

doet.

het zedelijk leven, afge-

bij

dat het dan de mensch

is,

dan van hemzelven

uit.

is,

die

Daardoor praepon-

zulk een Moralitatsmensch het eigen ik zoo sterk over het ik van

bij

Dat kan

God.

Het eigenaardige achtergrond,

religieusen

115

categorische

weg.

imperatief

Maar overigens

heeft

want anders valt de a-AyKYj, het rh SeT, de Alleen daarom moet hij er een God bijhouden.

missen,

niet

hij

geen belang

er

hij

bij.

kwaad

tusschen goed en

als

een

om

het zedelijk leven in stand te houden.

oordeelaar

God toekomen

Hij heeft ;

dus

eenmaal

zijn

alle

zijne conscientie

gegevens

Hij erkent wel, dat die

hem,

in

gegevens hem

Zoo heeft hij dus wel een God, maar een God, die enkel transcendent boven hem staat en zich niet met hem inlaat, totdat de mensch bij het sterven met Hem te doen krijgt. Hij gelooft ook wel aan eene werking Gods in de natuur, maar Hij bestaat namelijk voor beziet haar als het ware met een zedelijken blik. zichzelf als een zedelijk organisme, dat nu koopmanschap drijft voor God. Zoo ook moet de natuur maar zien, hoe zij er mee uitkomt gelijk hijzelf, is ook zij eene instrumentatie, die op eigen verantwoordelijkheid drijft, tot zij eenvan

en dat

eenmaal rekenschap

hij

moeten afleggen.

zal

;

maal

verantwoording wordt geroepen door God, die ze schiep.

ter

onrechte dus

deïsme geteekend

opwindt en

horloge

het

dit

is

in het

nu voorts vanzelf

het

Niet ten

beeld van den horlogemaker, die

Welk eene

laat loopen.

uit-

wendige, oppervlakkige opvatting!

Dat deïsme

dood geworden,

de

is

gelijk

vanzelf

spreekt,

en

geeft

inleidt

nog gebed hij

is

liefde

van

is,

en of

in

daar

God

de is

heilige

tle

ijzige

het horloge

deïsten

nog eens op wil winden. is

er

geen sprake.

bij

mag

het deïsme blijven als

Maar van gemeenschap, Het geloof en de ervaring

aan het deïsme. Een pantheïstisch bad worden toegediend, opdat door den gloed daarvan

wel

koude week.

deïsme

Het moreel.

Waar

immanentie Gods ontbreekt

moest den

hunne

mystiek en aanbidding.

het ondiep, hoogstens, of de bidder zoo

en warmte van aanbidding

voor de meer

gemeenschap met God

teedere en gemoedelijke zijde van het leven, voor wat

is

nooit

eene

macht geworden, want het

is

irreligieus, louter

Het bevriest alleen en kan dus wel vernielend werken, maar

in

dien

bevroren toestand kan het ook geene kracht uitoefenen. [Onze Heiland bestreed beide pantheïsme en deïsme in het gebed Vader (= immanentie), die in de hemelen zijt {~ transcendentie)."] C.

het

:

„Onze

Geheel afgescheiden van die twee uitloopers liggen het materialisme en diabolisme,

welke nooit met pantheïsme en deïsme gecoördineerd mogen

worden. 8

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 133

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's