Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 5
college-dictaat van een der studenten
Inhoudsopgave.
§3. 1.
In alle
2.
In
3.
Deze
De De De De
6. 7. 8. 9.
10.
11. 12.
4.
werken
de H.
4. 5.
§
De Schriftinspiratie. een Goddelijke en een menschel. factor.
is
87 de „Inspiratie" (niet „Theopneustie"). 87 d. algem. insp. onderscheiden als species v-h. genus. 88 een bijzondere en bovennatuurl. daad Gods. 88
Godd.
S. is die
Schriftinspir. v. is
„
„
86
fact.
moet scherp onderscheiden v. d. revelatio. 89 (bewust of onbew.) geeft waarborg voor de Goddelijkh. 90 92 Schrift is gepraedestineerd. (Eenheid naar een vast plan.) Vandaar de H. S. na de incarnatie het diepste mysterie. 96 Gods doel met de inscripturatio van den Logos. 97 De H. S. is m e d u m gr a t ae. 98 Het tot stand komen der inscripturatie. 98 De C a n o n. 99 „
„
„
„
i
i
Openbaring
(revelatio).
101
1.
De
2.
Rev. onderstelt
3.
Eisch, dat die „persona cui" het
4.
„Revelatio
inspiratie
met
is
andere soorten
v.
openh.speciesv.h. genus revelatio. 102
een revelator; 20. een object; 30. een personacui alqd revemerken kan. 103 [latur. 102 overal aanwezig, waar een mensch iets te weten komt cp 10.
aarde van wat 5.
alle
God
Vier onderscheidingen
is,
denkt, of wil."
103
Revel, directe ad hoc en simul aliud agens.
I.
:
Homo
II.
institutus en destitutus.
Werking en nawerking.
III.
105.
IV. Revelatio realis en verbalis. 6.
Persoonlijke en onpersoonlijke openbaring.
7.
„Openb." moet beperkt In
gewilde,
tot
hoeverre de mensch aansprakel.
dus
actieve
Openb.
108. uit zijn
woorden
8.
Deus voluit omne, quod logica e patefactis sequitur. De openb. gaat uit een bewusten persoon in een bew.over. (tegen Eth. en Nat.)
9.
De inhoud
10.
Openb.
is
Goddelijk, de
Noodig A. a parte Dei:
1.
neiging, 113;
v. d.
B.
„
„
hominis:
1.
vorm menschel ijk. 2.
bewustzijn;
macht, 114; 2.
5. 1.
Auctor
De „persona cui"
3.
Alle openbaring heeft een
(Instinct,
5.
inhoud, 117
God
en mensch.
119
Het instrument van Openbaring.
2.
4.
3.
110
112
besef der eeuwige dingen. 118
C. eene bijzondere verhouding tusschen
§
106
107
voor de logische gevolgtrekkingen
is
104
105
oninis revelationis est is
hier de
magnetisme, mermerisme
zijn
Deus Triunus.
homo. analogieën
inhoud.
122
123 v. d. inspiratie.)
124
De instrumenteele middelen der Openbaring. A. R e ve a t o n e s (in den mensch) Subjectief aanwezige instrumenteele middelen (gewone 1
i
:
I.
1. II.
Inspraak, 126;
Subjectief 1.
2.
Toespraak, 128;
aangebrachte
HDlin, 132;
125
2.
3.
midd.)
:
126
Impulsus, 131.
instrumenteele middelen (buitengew. m.): 132
Droom, 132;
3.
Visioen, 136;
4.
nXTp, 146
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's