Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 432
college-dictaat van een der studenten
38
LOCUS DE FOEDERE. Exodus 6
In
verbond, dat
met Abraham
verbond
met
verbondssluiting
Op den
sloot.
Hij het
voorgrond staat daarbij de bevei-
dus het bonum externum.
liging en verlossing,
Het
de Heere geen nieuw verbond, maar expliceert
sluit
Hij
Israël
staat
gesloten geeft ons Exodus 24.
zelf
6—11.
De
eigenlijke
Het
verbond wordt hier gekenteekend door een boek, het boek des verbonds, waarin de wet der 10 geboden en de daarbij komende wetten beschreven staan. God belooft daarbij bescherming,
maar ook een
in
vs.
goed
zedelijk
in
de 10 geboden, die de kern zullen
van
zijn
heel het zedelijk leven onder de menschen.
Samuel 7 en
2
In
Op
met David. keerd
met
in Psalm 89 wordt melding gemaakt van het verbond verbond wordt gewoonlijk niet gelet, en al is het nu ver-
dit
Coccejus
ook
zien, toch ligt
een eigen karakter.
op
vijanden
het
ook Ethan hij
Zoo
in
ook weer uitwendig
eerst
is
Maar
dadelijk
zal
het verbond tevens een
alle
God
daarachter
terwijl
God zal David een zoon Ook zal God al zijn
de geboden des Heeren. ziet, blijkt uit Ps.
te niet heeft
Oude Testament
verbondssluiting onder het
verlossing,
in
bonum externum
verbond Zijns knechts
het
:
bouwen.
wordt daaraan verbonden een geestelijke
Messiasrijk en het wandelen
klaagt, dat
ziet
wendige
Het
verdrijven.
bedoeling:
waar
dit
verwekken, die den tempel
troon
zijn
deze verbonden voor afzonderlijke verbonden aan te verbond weer een afzonderlijk element. Het vertoont
al
in
een
innerlijke,
Dat
89 50, :
gedaan.
allereerst
geestelijke
op
uit-
verlossing
doorschemert. In het
Nieuwe Testament wordt
lofzang van Zacharias, Luk.
Dat komt reeds
dat nu anders.
De overgang wordt daar
1.
duidelijk en
uit
in
den
omstandig
aangegeven.
Zacharias gaat terug op het verbond met Abraham. Dit wordt met dat van David op één lijn gesteld. Beide hadden ten doel de „verlossing van onze vijanden en van de hand al dergenen, die ons haten" (vs. 71). Plotseling
echter
wordt daar nog
hand onzer vijanden,
iets
Hem
gerechtigheid voor Hem,
aangebracht.
dienen
zouden
„Üat
verlost zijnde uit de
wij,
zonder vreeze,
de dagen onzes levens"
in
heiligheid en
Hier vinden dus den overgang van het externum op het internum. En nu komt Zacharias op Johannes den Dooper „En gij, kindeken! zult een profeet des Allerhoogsten al
(vs.
74, 75).
we
;
genaamd worden om Zijne wegen vergeving
onzes
Gods,
om onze
te
gij
bereiden
hunner zonden,
verschijnen
externum
want
;
met
welke
dengenen,
die
voeten te richten
wordt
dus
nu
;
zult
voor het aangezicht des Heeren heengaan,
om
Zijn volk kennis der zaligheid te geven, in
door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid ons bezocht heelt de Opgang
uit
de hoogte,
om
te
schaduw des doods; op den weg des vredes" (76—80). Van het bonum gezeten
de
zijn
aandacht
in
duisternis en
afgeleid,
en
het
geestelijk
karakter
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's