Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 850

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 850

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Tertia).

160

uwen God,

Heere

den

dat

zeggen,

alle

nu

Joden

der

plaats

de volkeren,

ter

had

„Want

uw God,

heeft de Heere,

u

personen

verkiezing uit

7:6:

volk bijv. in Deuteron.

geheel

een

van

gij

zijt

een heilig volk

verkoren."

Dit wil niet

eeuwige zaligheid waren uitverkoren

plaats

Israël

dus

is

de

menschen,

het

instrument

uit

;

de

uit-

die der volken heeft

Gods om

Zijn heil te

openbaren. Deuteron. 14

In

vinden

2 vinden

om Hem

had

aardbodem

uit

wij de meest volledige uitdrukking hiervoor.

van de verkiezing des volks

denkbeeld

het

verkoren plaats

:

een

tot

andere

eigendoms

des

volk

het

blijkens

volken,

„uit

in

te

het „u heeft de Heere zijn", terwijl

de

al

Wij

volken,

de electie

die

op den

zijn".

3:8;

4 ;Jes. 41 : 8 en 44:1 vinden wij hetUit al deze plaatsen, waar het begrip van „verkiezen" wordt toegezelfde. past op het volk van Israël, blijkt dus, dat daar geen sprake is van verkiezing tot zaligheid, iets wat nog duidelijker wordt als men Iet op het feit, dat In /

Kon.

Israël, inplaats

van lieverlede

:

van den Heere

12; 135

:

te dienen, telkens afviel tot

name een gebruik van den naam

wordt

Intusschen

Psalm 33

echter,

er

met

de

in

de vreemde goden. en

Profetieën

Israël en

de Psalmen

Jacob gemaakt, dat aan

namen eene praegnante beteekenis geeft. Zien we daartoe Jesaia 41 en 44 in, dan beteekent Israël en Jacob de kern, middelpunt des volks, dat daarom ook Jeschurun heet en geestelijk het die

aangesproken wordt

nnv,

als

totdat

ten

slotte

dit

zich

begrip

concentreert

den persoon van den Middelaar en „Mijn knecht dien Ik ondersteun, Mijp in wien Mijne ziel een welbehagen heeft" den Christus zelf aanduidt.

in

uitverkorene In

dien zin had de Christelijke kerk het recht,

volk geschreven was, toe te passen op schuilt

die

in

symbolische

om wat van

het symbolische

het eigenlijke volk des Heeren en zoo

praedestinatie

de

waarachtige praedestinatie der

uitverkorenen.

we dan ook

Lezen einden Gij

zijt

vinden

aarden,

der

mijn

zaligheid.

gelukzalig

knecht,

daarin

wij

in

en u

Jesaia 41 uit

hare

heb

Ik

:

9

hij,

„Gij,

welken

Ik

gegrepen heb van de ;

en zeide

een enger begrip en er leert

is

sprake van de uitverkiezing tot

ons Psalm 65 5 hetzelfde. „Wei-

dien Gij verA:/esf en doet naderen".

:

De

berijmde woorden worden

steeds gezongen met toepassing op het geestelijk volk des Heeren

Welzalig dien Gij hebt verkoren, Dien ge uit al 't aardsch gedruisch Doet nadrcn, en Uw heilstem hooren, Ja,

wonen

in

tot u

uitverkoren, en heb u niet verworpen", dan

Hoewel langs anderen weg is

:

bijzonderste geroepen heb

Uw

huis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 850

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's