Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 243
college-dictaat van een der studenten
§
De
8.
215
origine magistratus.
macht toekennen, die alleen aan God toekomt, maar dat zij, wat betreft haar ambt en qualiteit God tot Souverein hebben. Daarom wordt hier in de allereerste plaats de gedachte vooropgezet, dat de Overheid dienares karakter, munus,
Gods
is.
de uitdrukking „dienares Gods" laten de Overheden meestal allen nadruk
In
om daarmee
op het woord „Gods"
vallen
Op
geven.
te
zich zelf
haar goddelijk karakter te kennen
er natuurlijk tegen het droit divin niets te zeggen,
is
maar toch moeten we vooraf den nadruk leggen op het StaKGvsc: en XuToupZij zijn Overheden van Godswege, bij de gratie Gods, maar dienaren,
yci; zijn.
ministri
ze
;
hun
oefenen
Gods
hebben God boven zich en God
macht nooit anders
uit
De Overheid
te zijn,
waardoor
dus SnxKovsg en Xecrsupyóg beide, maar van twee verschillende
is
is,
God, haar dienende betrekking
hare verhouding tot de onderdanen
door God aangestelde personen
van het volk zorg
bedwingen en Xzironpyóc,
daarentegen
tot ;
zijn
te
dragen en niet
in
toom
want
hij
is y^zironpybc,
dat ^cóckovo: de verhouding der Overheid
om om
houden.
te
God den Heere
KitToópyix
van
De Overheden
behoeve van het volk.
bate, ten
geen
organen
zelf
zij
uit.
Het verschil tusschen deze beide
te
dan door
Souverein en
Souvereiniteit wordt uitgeoefend.
kanten
tot
tot eigenlijken
voor
't
A«ó<,'
zijn
voorstelt en kztTonpyog
en
dus
werken ten
ïpytcv,
Xtircopysl,
omdat
zij
welzijn van het gemeèntebest.
als executeurs het volk te bestraffen,
Een beul
Sixkovoc
is
van den vorst en
helpt de
menschen de wereld
want
zorgt voor het welzijn der burgerij en draagt
hij
uit,
een burgemeester
een meer oeconomisch karakter. 20.
Ten tweede
zien we, dat ze een absolute beteekenis hebben,
staat een absoluut verschil tusschen
wetgeving terug.
De tegenwoordige
goed en kwaad. juridische
Dit punt
beschouwing
want
komt
stelt
er be-
later bij
de
het voor alsof
recht is, wat de Overheid als recht verklaart, alsof de Overheid zeggen kon, wat goed en wat kwaad is, alsof er buiten het ius constitutum geen recht zou zijn. De uitdrukking van VS. 3 oi yxp xpy^svriu oCk da-iv fofioc tü a^aS-w £/:'>/({i
ócAAa rcö >taKw zou
de Overheid
dan aldus moeten opgevat worden, dat iemand, die doet wat
voorschrijft,
moet worden gerekend. is
dan
in
De
is
en dat, wie daarentegen ingaat,
gesproken,
kwaad,
een
d.
w.
z.
ordinantie door
tot
de kwaden
maatstaf, de toetssteen van het goede en
de handen van de Overheid.
xyxB-Qv
zich aan
goed
er
is
kwade
Daartegenover nu wordt hier van ro
een absoluut onderscheid tusschen goed en
God daarvoor
gesteld
God onderwerpen en daarom moet
ze
;
daarin moet de Overheid
Gods dienaresse
zijn.
Van de Overheid als zoodanig wordt verder gezegd oó ykp dKc rhv fjixyxipxv (popti. De wettiging van het zwaard dragen ligt opgesloten in de woor30.
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's