Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 529
college-dictaat van een der studenten
Hfdst.
Het Bewijs voor de
II.
Heilige Drieëenheid uit de Openbaring.
Daarop volgt de verklaring dat de Heere hen bespotten iii'ipfnn |vx-^y ^3^D ^nDW 'JNT.
toorn spreken Terwijl
nu
zijnen
in
dus
hier
spreekt
Wezen met „Ik", volgt God als over een van Hem en terwijl Hij zich van God
het persoonlijk Goddelijk
vers 7 dat een andere Persoon spreekt over
in
zegt
onderscheidt, i.
en
:
verschillend subiect,
d.
zal,
95
in
Hij zegt
dat
Hij
—
absolute heden
't
Ook
want
hier vinden wij
God
tot
heb
"ii^N
'hjf.
:
Hem
U
Ik
^1^^
spreekt
Gij
:
mijn Zoon,
zijt
Dvn
—
gegenereerd".
dus tweeërlei subiect sprekende, zoodat de een over den
ander spreekt, en niettegenstaande die onderscheiding wordt er toch door dat
zóo gesproken,
eene subiect
dat
Hij
met het Goddelijk Wezen
eene be-
in
trekking staat, die het creatuurlijke verre te boven gaat.
Waar aan
toch
van de
inplaats
schepping de generatie
het eeuwige Dvn verbonden wordt, daar
blijkt,
Goddelijke mogendheid en wezenheid aanwezig
Psalm 45 In
dien
altoos",
lezen
verder
vreugdeolie, boven
Er wordt
is.
8.
:
Psalm
en
en de generatie
staat,
dat in dat tweede subiect
hier
„
:
.
wij .
.
.
in
„Uw
vers 7:
Daarom
U,
heeft
troon, o
o
God,
is
eeuwiglijk en
uw God
God,
gezalfd met
uwe medegenooten".
dus gesproken
dezen Koning van wien
tot
God
Koning wordt rechtstreeks
het
Eeuwige Wezen van dien Koning onderscheiden. Er
éen die gezalfd wordt
;
en zoowel
't
en
aangesproken, maar nochthans wordt
die
als
zingt,
dit lied
subject dat zalft als
is 't
éen die
zalft,
en
subject dat zalving
titel van God toegesproken. Nu zou men nog kunnen zeggen ja maar, de naam van „goden" wordt
ondergaat, wordt met den
:
ook aan de Overheid gegevens, en alzoo kunnen beweren dat hier bedoeld wordt, dat die Koning evenals de rechters wordt toegesproken. Er moet dus op gewezen, waarom die explicatie geen steek houdt.
Wanneer we elk
geslacht
altoos",
dan
nl.
tot is
in
vers 18 lezen: „Ik
geslacht
daarom
;
zal
U
zullen
uws naams doen gedenken van de volken loven eeuwiglijk en
daarmee de grens van wat aan de Overheid
of
aan de koningen
toekomt verre overschreden.
Wat
hier staat,
is
een vorm van aanbidding.
in
de keizer den
titel
in
de heidenwereld de idee
van „Augustus" aanneemt, en dien weer amplieert
Augustus", daar wordt op heidensch terrein
Op
Waar nu
de Overheid eene Goddelijke verschijning zich openbaart, en
doordringt dat
in
dat
men
in
Overheid
ziehier het principieele verschil
„divus
werkelijkheid aanbidding bedoeld.
heidensch zoowel als op Israelietisch terrein hebben wij
verschijnsel,
tot
te
doen met het
en Vorst Goddelijke majesteit
ziet
;
maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's