Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 529

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 529

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hfdst.

Het Bewijs voor de

II.

Heilige Drieëenheid uit de Openbaring.

Daarop volgt de verklaring dat de Heere hen bespotten iii'ipfnn |vx-^y ^3^D ^nDW 'JNT.

toorn spreken Terwijl

nu

zijnen

in

dus

hier

spreekt

Wezen met „Ik", volgt God als over een van Hem en terwijl Hij zich van God

het persoonlijk Goddelijk

vers 7 dat een andere Persoon spreekt over

in

zegt

onderscheidt, i.

en

:

verschillend subiect,

d.

zal,

95

in

Hij zegt

dat

Hij

absolute heden

't

Ook

want

hier vinden wij

God

tot

heb

"ii^N

'hjf.

:

Hem

U

Ik

^1^^

spreekt

Gij

:

mijn Zoon,

zijt

Dvn

gegenereerd".

dus tweeërlei subiect sprekende, zoodat de een over den

ander spreekt, en niettegenstaande die onderscheiding wordt er toch door dat

zóo gesproken,

eene subiect

dat

Hij

met het Goddelijk Wezen

eene be-

in

trekking staat, die het creatuurlijke verre te boven gaat.

Waar aan

toch

van de

inplaats

schepping de generatie

het eeuwige Dvn verbonden wordt, daar

blijkt,

Goddelijke mogendheid en wezenheid aanwezig

Psalm 45 In

dien

altoos",

lezen

verder

vreugdeolie, boven

Er wordt

is.

8.

:

Psalm

en

en de generatie

staat,

dat in dat tweede subiect

hier

:

.

wij .

.

.

in

„Uw

vers 7:

Daarom

U,

heeft

troon, o

o

God,

is

eeuwiglijk en

uw God

God,

gezalfd met

uwe medegenooten".

dus gesproken

dezen Koning van wien

tot

God

Koning wordt rechtstreeks

het

Eeuwige Wezen van dien Koning onderscheiden. Er

éen die gezalfd wordt

;

en zoowel

't

en

aangesproken, maar nochthans wordt

die

als

zingt,

dit lied

subject dat zalft als

is 't

éen die

zalft,

en

subject dat zalving

titel van God toegesproken. Nu zou men nog kunnen zeggen ja maar, de naam van „goden" wordt

ondergaat, wordt met den

:

ook aan de Overheid gegevens, en alzoo kunnen beweren dat hier bedoeld wordt, dat die Koning evenals de rechters wordt toegesproken. Er moet dus op gewezen, waarom die explicatie geen steek houdt.

Wanneer we elk

geslacht

altoos",

dan

nl.

tot is

in

vers 18 lezen: „Ik

geslacht

daarom

;

zal

U

zullen

uws naams doen gedenken van de volken loven eeuwiglijk en

daarmee de grens van wat aan de Overheid

of

aan de koningen

toekomt verre overschreden.

Wat

hier staat,

is

een vorm van aanbidding.

in

de keizer den

titel

in

de heidenwereld de idee

van „Augustus" aanneemt, en dien weer amplieert

Augustus", daar wordt op heidensch terrein

Op

Waar nu

de Overheid eene Goddelijke verschijning zich openbaart, en

doordringt dat

in

dat

men

in

Overheid

ziehier het principieele verschil

„divus

werkelijkheid aanbidding bedoeld.

heidensch zoowel als op Israelietisch terrein hebben wij

verschijnsel,

tot

te

doen met het

en Vorst Goddelijke majesteit

ziet

;

maar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 529

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's