Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 503
college-dictaat van een der studenten
§ dien
In
De
3.
nu stelde de Christus
strijd
2'
mortuis ante parousiam.
beslist
zicii
aan de zijde der Parizeen Dan toch had
en dat niet met een uitspraak van zichzelf, niet op eigen gezag.
voor de Parizeen noch voor de Sadduceën recht van bestaan.
zij
moest
pleit
door een fons
beslist
werd erkend
door den
n.1.
veritatis, die
door beide partijen
zoodanig
Christus op Exodus
En toen wees
Pentateuch.
Neen, het
als
ben de God uws vaders, de God Abraham, de God van Izak en de God van Jakob" en dat God niet een God der dooden kan zijn, maar de God der levenden is.
3
God
dat
6,
:
Mozes gezegd had
tot
„Ik
:
van
De
1.
Wat dood
eerste
waarop
plaats,
het hier dus aankomt,
Deze tegenover Hem.
de diepe gedachte?
hier
is
staat antithetisch
dood
dat de
:
God
Bij
Matth. 22
is
God
bij
31, 32.
:
niet hoort.
hoort het leven.
De
Eerst door
de verwijdering van het goddelijke kan de dood ontstaan. Dat gevoelden Jezus'
Immers een Jood
hoorders best.
Een hoogepriester mocht nu
dood
zijn,
dood,
in
moet
dan
de Scheool
dat
zal"
En nu dezelfde
is
de
dit
woord des Heeren opge-
verband met den naam Jehovah,
van het Eeuwige Wezen.
„Ik zal zijn, die Ik
God
Izak
conclusie,
en Jakob dat
er
der dooden, dat
niet
levend
zijn
zijn
in
geestelijk
strijdt
met
als
is,
want God
Wezen, maar der levenden.
Zijn
zijn zijn
zij
een
tijd
personen, die door
zijn
geweest,
die
God de Heere openbaart
blijven.
nog dus
is
niet
Waar
verbindt aan Abraham, Izak en Jakob, kunnen
Naam
de woestijn aan Mozes
is,
Daaruit nu trekt
contact staat.
een opstanding der dooden
eenvoudig moleculen
en
Israël, die altoos
nog de God van Abraham, Izak en Jakob
weer verdwenen, maar moeten in
in
de diepste, de volste expressie voor het begrip
reinste,
blijft,
Eeuwige God
dezen
we
6 vinden
Gods wordt erop gewezen, dat de God van en
met Abraham,
de
:
dan wat onder den
zijn,
;
anderlijkheid
een
3
anders
iets
God
Belijdt
reeds lange jaren
zij
een leven, dat nooit verzwakt, verkleind, ingebonden kan worden. v/ordt dit historisch toegepast en met het oog op de eeuwige onver-
van leven
Jezus
de
is
nog
komt daar voor
die insluit de onveranderlijkheid zijn
Izak en Jakob, nadat
hen
In Ex,
lag.
Die uitspraak
teekend.
van
er
eigen vader niet begraven.
zijn
God van Abraham,
de
zijn
te
de dood Levietisch onrein maakte.
wist, dat
zelfs
zich
bij
lang waren en
Naam
gedragen,
den braambosch
de Eeuwig Zijnde, die het leven
in zich draagt.
En waar nu die God zijn Naam verbindt aan Abraham, Izak en Jakob, daar kunnen dezen niet vergankelijk zijn. Daarin ligt de kracht van deze uit6 geeft. welke Jezus aan Ex. 3 De tweede plaats van het Oude Testament, waarvan we ook eene 2. Nieuw-Testamentische exegese bezitten, is het slot van Psalm 16. Petrus
legging,
:
exegetiseert
16
de
in
Hand. 2
:
25—29
onsterfelijkheid der ziel
;
Ps. 16
van David
:
9
v.v.
niet
Hij argumenteert, dat in Ps.
bedoeld
is
cf.
vs. 24b.
David
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's