Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 370
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
352 is
gevolg van ons leven
een
een
zulk
in
den
In
tijd.
ondenkbaar.
leven
conditioneel
den hemel der gelukzaligheid
is
Daar kan geen bedreiging wezen
gesloten.
dat,
zult
zulks niet doet, zoo zult gij sterven", want de dood is En even ondenkbaar is de toezegging van loon: „Doet Zulk eene leven", want de zaligen hebben het eeuwige leven.
conditie is
dus
niet
„Indien
per se noodig voor den mensch, maar alleen zoolang
Zoo komt te staan:
vast;
die in Go(j en in de gezaligden is; die
1.
Hoe kunnen kan
mensch
is
tijdens zijn leven
nu met elkander
die beide
ingaan
niet
hij in
en
den
gij
tijd is.
wetenschap van het zedelijke leven tegenover elkander
er tweeërlei
die in den
29.
aarde
er buiten-
gij
in
in
is
onveranderlijk, eeuwig,
op aarde; die
conditioneel.
is
De mensch op
rapport gebracht?
den vorm van kennis des zedelijken levens, die
bij
Maar God kan wel indringen in de wetenschap, die de mensch op aarde van dat zedelijke leven heeft. Want dat leven is door den mensch niet verzonnen, maar door God hem ingeschapen bij de schepping naar zijn beeld. En als nu twee lieden elkaar ontmoeten, zeg een Engelschman
God
en de gezaligden
een
en
de Engelschman kent geen Russisch, maar de Rus kent wel
en
Rus,
is.
Engelsch, niet waar, dan
schap
met
oefenen
is
er
elkander,
maar éene mogelijkheid, dat die beide gemeendat de Rus Engelsch gaat spreken. Welnu,
nl.
wanneer God en mensch tegenover elkander komen
zoo
ook
God
spreekt beide de taal van het zedelijk leven, dat
het,
is
conditioneele zedelijk leven, dat bij den mensch
eeuwigen wil verstaanbaar
Hem
is,
en die van het
vertolkt Hij nu zijn
van het zedelijke leven, die alleen voor den mensch
die taal
in
Vandaar
is.
bij
Daarom
is.
te staan,
in
de Schrift deze beide,
nl.
dat
bij
God
het zedelijke
leven zonder conditie geteekend wordt, en dat toch de conditioneele taal wordt
gebezigd, waar
God met
zijn
verbond
tot
den mensch nadert.
de tegenovergestelde uitslag van die conditie ook aan
of
Vragen wij
daarbij,
God bekend
dan
is,
moet naar uitwijzen der Heilige Schriftuur op die vraag bevestigend geantwoord worden. Tot Adam is gezegd: „Doet dat en gij zult leven." In dat zeggen toont God te weten, wat er gebeurd zou zijn, als Adam de conditie in positieven zin had beantwoord.
ook d.
mogen
alleen,
Omdat
wij
ook nog op, hoe afwijken.
dan
Zij
In dien
wij eene cognitio
ten
huldigen
zin en in die beteekenis,
dage daarmee
alle pantheïstische richtingen
in die
te
op
worstelen hebben, wijs
ik
dit stuk der omniscientia
er
Dei
staan ook vlak tegen ons over, maar op een heel andere manier
de Jezuïeten en Arminianen.
Het pantheïsme namelijk kent geen decreet
en kent evenmin eene onderscheiding tusschen de kennisse, die zelven, uit zijn decreet heeft, en de cognitio experimentalis.
dingen vallen
maar
media erkennen.
bij
het pantheïsme weg.
God
uit
Zich-
Al die onderschei-
Voor een pantheïst gaat
en dus ook de kennisse, Gods nooit verder dan het bestaande.
het bewustzijn,
Alleen
uit
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's