Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 634

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 634

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Altera).

200

wrake en eene vergelding

eene

denken

De zien

„Eens

:

die den

over,

moet dus

rechter, die hier recht spreken zal,

de

;

van

kennis

van

kennis het

wag gemaakt van

edelen bloede doet

feiten

is

niet

te zijn."

kunnen

die rechtskrenking

voldoende,

er

moet wezen

daarom moet het subiect van den Christus dat

en

die

het absolute Goddelijke weten bezitten.

zal,

merken wij

Verder

2.

uitwendige

hart,

rechtspraak oefenen

man van

zaak toch bekend worden de zake Gods

zal mijne

die

waar de Christus zelf sprekende geHij dat niet doet op de

hierbij op, dat

doordringende kennis.

alles

wijze waarop een profeet dat doet.

We

vinden

hunne

kennis

ook

nl.

de

bij

geheel

mededeelingen

Profeten

waar de Profeten hunne profetieën uitspreken nog

en

getuigenissen die

boven gaan, en men zou dus kunnen zeggen

te

:

Daar

bv. over Babel, terwijl die stad

en voorspellen dat Babel zal vernietigd worden, zóo, dat die stad

bloeit,

wat daaromheen ligt eene woestijn zal worden waar het wild gedierte verkeeren daar hebben wij ook mededeelingen die het menschelijk ken-

met

al

zal

;

nen

Derhalve zou de meening kunnen postvatten

boven gaan.

te

:

Waar nu

de profeten van God zulke kennis inspirative ontvingen, daar zou de Christus eveneens

Om den

zelfs

niet

te

nemen, moet

aanneemt dat

begint altijd met het

4

van den Vader hebben kunnen verkrijgen.

inspirative

meening weg

schijn

Hij in

kennis

zulke

die

Pi'ijv

"ipN

ris,

hij,

op

er

wat

hij

worden, dat de profeet

gelet

spreekt, uit zichzelven zegt.

en geeft uitdrukkelijk telkens aan, soms

5 opeenvolgende verzen, (vooral Jeremia doet

of

den

oogenblik

indruk

moet ontvangen dat

hij

uit

dat de lezer geen

dit)

zichzelven weet wat

hij

openbaart.

den Christus echter, die even

Bij

dingen,

over de

bv.

verloochening

stellige profetieën geeft

over toekomstige

van Petrus, over het verraad van Judas,

over de verwoesting van Jeruzalem enz., vinden wij nimmer dat

maar uit

wat

al

Hem

Hier

:

in

weer de vraag

overschreed.

Daarmee

of in

:

als zijnde

ook het menschelijk weten van Jezus die

32 waar de Heere Jezus zegt van den oordeelsdag

Ziet

ge,

Jezus

erkent

dat

Hem

echter niet de zaak hier behandeld,

alzoo

ris,

verband beroept men zich dan op Markus

die ure weet niemand, noch de engelen, noch de

dan

voorkomen

die opzichten spreekt, doet Hij altoos

ton

zei ven.

ontstaat

grenzen 13

Hij

rrin''

thuis

in

den

die

„Van dien dag en Zoon dan de Vader", en zegt

kennis niet eigen was.

maar de kwestie der

Tripiyj'^prifTtc^

Dit raakt

en hoort

Locus de Christo. De vraag op welke wijze de unio tus-

schen de menschelijke natuur en het Goddelijk subiect

ons hier

:

niet bezig; wij

handelen over het subiect dat

tot uit

stand

kwam, houdt

den Christus spreekt,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 634

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's