Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 754

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 754

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Laatste deel van

Derhalve

soon

in

7.

belijden een Middelaar, die als subject de 2^^ per-

te

is

§

de Drieëenheid was en

en onveranderlijk

is

blijft,

zijnde eens-

wezend met den Vader en den Heiligen Geest en evengelijk met hen van eeuv/igheid, nu en

tot in

eeuwigheid de Goddelijke natuur bezit-

Hem,

tende, zonder dat deze natuur in dering,

ja

tot

vermindering

welk en

den

in

dood

krachten

in

of

ooit

ofte

zelfs in

natuur,

meebestemd

zelven die

diepste zijner verne-

om

heeft

Raad Gods bestemd

is

door aanzichneming van die

voor en aan den mensch schiep, onder ons,

Hij

of

eigenschappen onderging of ondergaat,

subject alsnu van eeuwigheid af in den

zich

't

immer eenige verandering

uit

ons

geslacht, als onzer één zich te openbaren en aldus uit de in zelfver-

derving verloren menschheid de Kerke Gods, dat

onder Zich

hebben

in

Hoofd

als

vergaderen,

te

tweede natuur

is

onderscheiden

ligt

in

de uitverkorenen,

Door deze aanzichneming van

mystiek lichaam.

zijn

zijn

krachtens de eenheid, die

den Middelaar ontstaan eene tweeheid, die

ik,

andere

en

vermogens dan

goddelijke Personen.

dat

en

Dat

het

een uit

dat

Ook van den Middelaar moet riep:

„In

Uwe

:

„Ik en

„Niet

eens gelijk

handen beveel

kwam :

:

ik

wil,

maar

één der drie

zijn

één"

mijnen Geest."

Ik

„Eer Abraham was „Mijn

Dat een andere wil „wilde zich

dienstknechts

in

derhalve beleden,

de Vader

een ander bewustzijn de klachte

den dood toe".

de gestalte het:

uit

den mensch

hem andere eigenschappen

en dus ook, dan

een ander bewustzijn het zeggen

ben ik" en tot

zijn er in

God

in

een ander ik was, dat sprak ander,

is in

een ander bewustzijn, een andere kennisse, een andere

en hiermede samenhangend

wil,

innerlijk

door de onuitwischbare tegenstelling, waarmede de

menschelijke tegen de Goddelijke natuur overstaat. Er

een ander

zij

die

ziel is

bedroefd

zelf vernietigen,

aannemende" en een andere

wil in

gelijk Gij wilt."

Dat het een andere

om

het een ieder te open-

kennisse was, die „den Vader kende alleen,

baren" en een andere de beperkte kennisse, die „zoomin als de engelen

van de ure des Koninkrijks wist."

En dat derhalve deze twee

in het

subject van den Middelaar altoos twee gelaten, twee gedacht en twee

geëerbiedigd moeten worden, met alle uitsluiting van elke voorstelling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's

Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 754

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's