Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 633
college-dictaat van een der studenten
Caput
De Mediatoris Persona.
III.
§
De
2.
De Egyptische wonderen daarentegen droegen wel van bestaansvorm
wisseling
water
van
verandering
in
Maar
na de verandering.
praeëxistentie
dat karakter, dat ook de
het subject van den Christus draagt.
in
85
etc.
wijn door Jezus, want het
was wijn en
Niet de
bleef wijn
Egypte werd het water eerst bloed en daarna
in
weer water de stok werd een slang en de slang weer een stok. Niet in geestelijk hooge verschijningen, maar juist in die schijnbaar nietige wonderen van ;
En nu
Egypte vinden wij het karakter van het Boeddhisme weer. ons ook
meer vreemd, wanneer
niet
wij dit bedenken, dat de
schijnt het
Heere
juist in die
Pantheïstische wereld deze wonderen deed, omdat hunne wijzen juist
waren,
die
zich
voor uitgaven,
er
ook
dit
te
kunnen doen.
mannen
Hier werd het
wonder dus bepaald door den vorm, waarin de heidenwereld hare wondermacht God kon stellen. Vandaar dat wij eerst telkens lezen En hunne toovenaars deden desgelijks, — totdat God hen overmocht. Maar hoe klein en nietig ook, er ligt in de Boeddhistische wereld en in de metamorphosen een profetische gedachte, een gevoel de klove, die ons van den Eeuwige scheidt, moet overbrugd. Welnu, die profetie is op diep zondige wijze in geheel de Boeddhistische en Egyptische wereld uitgedrukt, maar is desniettemin een beeld van een heilige waarheid gelijk Satan in al zijn macht een tegenover die van
:
:
;
negatief beeld geeft van de grootheid van Christus.
Zoo vinden
wij dus bij Christus een zelfde subject, dat verschillende wisse-
maar steeds
onderging,
lingen
weggaat, maar
zoo,
Hoe kunnen
nu
wij
het
samenvallen van verschillende existenties
zelfde subject eenigszins nader Veeltijds
de voorafgaande bestaansvorm niet
dat
blijft.
in
bouwer en
onzen geest brengen ?
bij
de gestalte van een dienstknecht,
hem
bij
als arbeider dienst te
Dat nu, zoo zegt men, vinden wij ook
De van
al
die schatten
stond
zijn
zijn
vader
zich te verhuren
uit te bij
gaan,
een land-
doen. bij
Jezus.
;
maar toch
in
die knechtelijke relatie
onderdaan boven hem, moest
schamele slaapplaats en nederig voedsel meester
een
gril
Toch, bevredigen kan
dit
als zijn
knecht
prins
om
prins bleef een koningszoon, bleef erfgenaam van den troon, bleef bezitter
zijnde,
en
een
wordt hiervoor gebezigd het verhaal van een Oostersch koning, die
een zoon had, welke de gedachte kreeg het paleis van verkleed
bij
zijn
uit
beeld
posities, die beide
een mensch
blijft
;
het
vorm, maar van betrekking Willen wij doordringen
;
moest
de hand tegen
is
in
niet.
hem
eenmaal ingetreden
hij
zich vergenoegen met een
hij
zich zelfs slagen getroosten,
ophief.
En wel om deze reden
:
Koningszoon
kunnen uitgesproken van een mensch.
niet een
overgang van existentie-
De
in existentie-
betrekking.
dan moeten wij zoeken waardoor het bewustzijn wijziging onderging. Hier is dit niet het geval. Als knecht had de jonge man hetzelfde bewustzijn als toen hij hij kon zich nog evenzoo uiten als vroeger prins was was hij naar zijn paleis
te
geraken
in
het mysterie van Christus,
tot iets,
;
;
teruggekeerd, dan
was
er niets in
hem
veranderd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's