Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 748
college-dictaat van een der studenten
;
:
Locus DE Christo (Pars Secunda).
46
Feitelijk echter wil
het zoo niet.
zij
Om
doen geweest ?
strijd te
Want waarom
is
het in den Sacraments-
de belijdenis, dat de goddelijke natuur
altijd
bij
Avondmaal tegenwoordig is? Immers neen, want volgens de Gereformeerden is deze even goed in een moordenaar tegenwoordig als aan het Avondmaal. Dat kon dus het punt in kwestie niet wezen; maar wel dit, dat de goddelijke eigenschappen kleven konden in de humana natura en de humana natura meenemen. Het was van Luthersche zij een fixeeren van de goddelijke eigenhet
schappen
de
in
menschelijke
natuur
en wel zoo, dat
Avondmaal
het
bij
in,
pane het wezenlijk lichaam van Christus gegeten werd. Dus niet een „lucere per", maar een aan het lichaam verleenen, laten inkleven der godciim et sub
vierd
zoodat,
proprietates,
delijke
werd,
lichaam
er
tegelijk
Avondmaal ge-
der Avondmaalvierders werd geacht bezig te zijn met Jezus'
elk
te eten
dan gaat
op duizend plaatsen
als
en wel zoo, dat er toch niets van af ging. Immers, eten wij,
van de spijze
iets af
en vat
;
men dus
het denkbeeld van het eten
en drinken van Jezus' vleesch en bloed zóó reëel op, dan zou de voorraad ook
En nu zegt de Luthersche Kerk
moeten verminderen.
want
alleen
niet
neen
:
Jezus' lichaam alomtegenwoordig,
is
maar
!
dat
is
niet zoo,
het kreeg
ook de
goddelijke eigenschap van onvernietigbaarheid.
Daartegenover nu heef: de Gereformeerde Kerk toen het organisch karakter der menschelijke natuur gehandhaafd. Zij trad
n.1.
10
humana
20
dat
op met twee gewichtige formules natura non habet substratum personae
de eigenschappen der goddelijke natuur aan de menschelijke waren
medegedeeld quantum
finita infiniti
capax
est.
Met quantum finitum infiniti capax wordt hetzelfde uitgedrukt als wat wij noemden de handhaving van het organisch karakter der menschelijke natuur. :
Een orgaan heeft hoor
niet
wil zeggen zit
dus
dit
eigenaardige, dat het bepaald
met een vinger :
in,
ik
ruik alleen
dat
het
met mijn neus en
beperkt, begrenst.
natuur alleen organisch receptief
dan wil schelijke
dit
dat
ik
ééne werking.
Ik
heb een reukorgaan,
met mijn tong.
In
„orgaan"
voor de inwerking der goddelijke krachten, in
zooverre
in
de men-
natuur van den Middelaar inwerkten, als de organische bepaaldheid
Maar nu moet Spreek
is
niet
tot
is ;
Zeggen wij dus, dat de menschelijke
zeggen, dat de goddelijke krachten alleen
der menschelijke natuur dit
tot
maar met mijn oor
of teen,
ik
hierbij
toeliet.
opgepast voor Appollinaris.
van het organisch karakter der menschelijke natuur, dan behoort
organisch karakter ook het bewustzijn en de wil, en dus ook het
ik,
dat in het bewustzijn en door het bewustzijn op den wil werkt.
Wij moeten ons dus nooit Jezus voorstellen als den tweeden Persoon, hebbende aangenomen een menschelijk gevoel, maar zonder wil en zonder bewustzijn, en
dus
zonder
menschelijk
ik
;
maar
wij
moeten
Hem
ons voorstellen met een
menschelijk bewustzijn, met een menschelijken wil en met een menschelijk
Tot het organische
zijner menschelijke natuur
behoort zeer
beslist, dat Hij
ik.
door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's