Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 882
college-dictaat van een der studenten
:
Locus DE Christo (Pars Tertia).
66
de
dat
opgesloten, indien
praedictie
het
tot
wezen van de
zoo was, hoe zou men dan
niet
dit
van den valschen kunnen onderkennen ? Immers
juist als
worden, geeft
waardoor beiden onderscheiden
want
profetie behoort,
daaraan den waren profeet
juist
nota characteristica,
de Heere het „uitkomen der
nog sterker; als er stond „indien een profeet iets voorspelt en komt niet uit, dan etc," zou men nog kunnen zeggen ja maar een goed profeet waagt zich juist niet aan zulke voorspellingen. Doch nu er staat Heeren gesproken zal hebben", ligt daarin op„wanneer hij in den naam des profetie" aan. Ja
:
het
!
:
gesloten, dat
die een profeet
hij,
van
maar
hoofdzaak beschouwd.
als
41
Jesaja
het
23
22,
:
en
tevens praediceeren moet. In dezen locus
is,
wordt de praedictie dus
Nebiisme
classicus
niet als een onderdeel
wordt het verkondigen van dingen, voordat
26
zij
geschieden, evenzeer als het kenmerk van goddelijke Openbaring aangevoerd.
42
Jes.
9 wordt evenzoo gezegd, dat de Heere de dingen verkondigt „eer
:
ze uitgesproten zijn."
44
Jes.
7.
:
Evenzoo
Dus
46
Jes.
:
zelf het
en
gesteld
wel
duidelijk
God dit doen kan. God ben, doe zulks! wordt in de uitspraken van God
opgesloten, dat alleen
zoo
en
mogelijk
kras
praediceerend karakter van de profetie op den voorgrond bewijs van haar goddelijken oorsprong.
als
in
ligt
10; Ik de Heere, die alleen
9,
herhaaldelijk
den Heere zoo
het ^JTsD ^Q
In
het
O. T.
leest, voelt
men hoe
die richting
Als
men
dit
van onzen
nu
tijd,
die beweert, dat de praedictie er niet toe doet, tegen de openbaring ingaat en
het
wezen der
In het N. T.
14
Joh.
wel
en Joh.
finalis
profetie verkeerd voorstelt.
vinden
de Heere Jezus zich even sterk heeft uitgelaten.
wij, dat
29 zegt Jezus, dat Hij het zegt yrph yvAo-^xt
:
'ójy.
13
:
:
'vjx
Tna-Tiicrrirt^
19,
waar weer een
7ria-Tz6(rr,Ts
geschied
als het
örc
praedicatief
lyw
£''/u,i.
:
4 staat het ten
3'Jen
male
;
;
—
dus praedicatief
dus het geloof bindend.
Hem
'hx
het goddelijk karakter der
onzen verlosser verbonden.
Hij spreekt
—
Evenzoo
verbonden wordt met een
"kiyji
Wederom dus
praedictie en het zaligmakende geloof in
Joh. 16
is
vóórdat het geschied
als het gekomen was, zijn woord zou gedenken. Maar behalve dat O. en N. T. ratione data, theoretice de
is,
In
opdat
men,
nota characteristica het
zaligmakende
hebben
in
geloof
met zooveel kracht op den voorgrond wordt gezet,
wij in het N. T. een geheele reeks van citaten uit de thora, profeten
en psalmen, waarin tot Christus
praedictie als
verband met het goddelijk karakter van de profetie en
voorkomen
:
in
de kleinste bizonderheden toe voorzeggingen omtrent
van de plaats
veulen, het deelen zijner kleederen,
beenderen
enz.,
welke citaten
niet
zijner geboorte, het rijden
op een ezels-
de spons met edik, het niet breken zijner
worden aangehaald
als
een bewijs van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's