Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 465
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk
Het Dogma de Sancta Trinitate.
1.
Eene tweede opmerking
Thomasius
deze.
is
is
31
de eerste geweest, die
bespreking van het mysterie der Drieëenheid beweerd heeft, dat
wij,
bi]
de
van God
Drieëenig sprekende, niet van drie ikken, maar eigenlijk van vier ikken moeten
De Vader
spreken. is
er
zegt Ik, de
nog God, die zegt
Zoon zegt
Ook
Ik.
Ik,
de Heilige Geest zegt
dat laatste leert ons de Schrift.
Ik,
en dan
Daarom be-
weerde Thomasius, dat wij
eigenlijk niet hadden drie personen in éen wezen, maar drie personen in één grondpersoon. Dit nu is verkeerd uitgedrukt, want daarmee worden wezen en persoon geïdentifieerd. Maar wel ligt er waarheid in
het uitgangspunt.
er
tenzij
bestaat.
bij
God
niet
spreken van drie gescheiden per-
het persoonlijk bestaan van
Nooit moeten wij dus onzen persoon coördineeren met Vader, Zoon of
zijdig.
maar analoog
Heiligen Geest, lijk
Men moet
God is driezijdig. Dat is onmogelijk, in dat persoonlijk bestaan van God eene Differenzirung in drieën Ons bestaan is monopleuron, het bestaan van God is drieledig, drie-
Maar
sonen.
is
ons eenpersoonlijk bestaan met het driepersoon-
bestaan van God.
De Sancta
D.
mysterium.
In
Wij sluiten zaak
Trinitas
welken
in
zin
is
allen
te
hebben
tijde
in
de
kerk aangediend als een
wij dit te verstaan ?
ons denken op voor ons onoplosbare antinomieën.
dat de antinomie tusschen de eenheid en de veelheid
is
het zijn
;
;
het
In
hoofd-
denken en
de essentie en de exsistentie, de verschijning van de zaak (de exsis-
wezen der zaak (essentie) het zijn en het worden, het fj-bu)/ Deze antinomieën beheerschen heel onze wereldbeschouwing. welk welk punt van terrein van den kosmos wij ook doordenken, altoos Op stuiten wij op die antinomieën. De meeste menschen voelen ze niet, omdat zij niet nadenken. Maar wie nadenkt, voor hem komen ze altoos aan de orde. en
tentie)
en
pv.v
het
;
der Stoïcijnen.
Die antinomieën nu, die de groote wereldproblemen
in
het
leven roepen, die
altoos terugkomen, en dat altoos onder denzelfden vorm, moeten eene oorzaak
hebben,
eene
waarom
ze zoo zijn,
Daar ze altoos en overal terugkeeren, dragen
innerlijke noodzakelijkheid in zich.
Het
is
niet zoo, dat
zij
de een wel, de
op stuit allen stuiten er op. Alle philosophie beweegt er zich En ze komen voor niet op éen, maar op elk terrein van wetenschap. De theoloog zoowel als de medicus, ieder op zijn gebied, heeft er mee van doen. Ze hebben dus eine absolute Necessitas an sich. En dies moet er eene macht zijn, die ze alzoo geponeerd heeft.
ander
niet er
;
omheen.
Maar daar komt nog wat
bij.
Niettegenstaande wij
in
die antinomieën leven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's