Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 465

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 465

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hoofdstuk

Het Dogma de Sancta Trinitate.

1.

Eene tweede opmerking

Thomasius

deze.

is

is

31

de eerste geweest, die

bespreking van het mysterie der Drieëenheid beweerd heeft, dat

wij,

bi]

de

van God

Drieëenig sprekende, niet van drie ikken, maar eigenlijk van vier ikken moeten

De Vader

spreken. is

er

zegt Ik, de

nog God, die zegt

Zoon zegt

Ook

Ik.

Ik,

de Heilige Geest zegt

dat laatste leert ons de Schrift.

Ik,

en dan

Daarom be-

weerde Thomasius, dat wij

eigenlijk niet hadden drie personen in éen wezen, maar drie personen in één grondpersoon. Dit nu is verkeerd uitgedrukt, want daarmee worden wezen en persoon geïdentifieerd. Maar wel ligt er waarheid in

het uitgangspunt.

er

tenzij

bestaat.

bij

God

niet

spreken van drie gescheiden per-

het persoonlijk bestaan van

Nooit moeten wij dus onzen persoon coördineeren met Vader, Zoon of

zijdig.

maar analoog

Heiligen Geest, lijk

Men moet

God is driezijdig. Dat is onmogelijk, in dat persoonlijk bestaan van God eene Differenzirung in drieën Ons bestaan is monopleuron, het bestaan van God is drieledig, drie-

Maar

sonen.

is

ons eenpersoonlijk bestaan met het driepersoon-

bestaan van God.

De Sancta

D.

mysterium.

In

Wij sluiten zaak

Trinitas

welken

in

zin

is

allen

te

hebben

tijde

in

de

kerk aangediend als een

wij dit te verstaan ?

ons denken op voor ons onoplosbare antinomieën.

dat de antinomie tusschen de eenheid en de veelheid

is

het zijn

;

;

het

In

hoofd-

denken en

de essentie en de exsistentie, de verschijning van de zaak (de exsis-

wezen der zaak (essentie) het zijn en het worden, het fj-bu)/ Deze antinomieën beheerschen heel onze wereldbeschouwing. welk welk punt van terrein van den kosmos wij ook doordenken, altoos Op stuiten wij op die antinomieën. De meeste menschen voelen ze niet, omdat zij niet nadenken. Maar wie nadenkt, voor hem komen ze altoos aan de orde. en

tentie)

en

pv.v

het

;

der Stoïcijnen.

Die antinomieën nu, die de groote wereldproblemen

in

het

leven roepen, die

altoos terugkomen, en dat altoos onder denzelfden vorm, moeten eene oorzaak

hebben,

eene

waarom

ze zoo zijn,

Daar ze altoos en overal terugkeeren, dragen

innerlijke noodzakelijkheid in zich.

Het

is

niet zoo, dat

zij

de een wel, de

op stuit allen stuiten er op. Alle philosophie beweegt er zich En ze komen voor niet op éen, maar op elk terrein van wetenschap. De theoloog zoowel als de medicus, ieder op zijn gebied, heeft er mee van doen. Ze hebben dus eine absolute Necessitas an sich. En dies moet er eene macht zijn, die ze alzoo geponeerd heeft.

ander

niet er

;

omheen.

Maar daar komt nog wat

bij.

Niettegenstaande wij

in

die antinomieën leven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 465

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's