Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 924
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia).
234
komt, die het naar waarde bewonderen kan. Er
zeker wel zelfvoldoening
is
in
werk voor den maker en zoo had ook God zelfvoldoening, toen Hij zag „dat het goed was" maar er moet ook iets bijkomen zoolang het kunsthet
;
stuk
geïsoleerd
toeschouwers
brengen
aan
den logos
geen voldoening
er
is
in
den hoogsten
werk bewonderen
kunnen
zijn,
die
den
maker en zoo ook hoorden
het
de schepping met den logos, die
in
Dus om
blijft
;
primeert de mensch, wijl
dit alles
bij
Gods werk menschen,
hen
in
Er moeten
zin.
eer daarvoor toe-
en
die
begrijpen kunnen.
is
de dingen kan proeven,
zien,
moet voor Gods eer ook collaudatio
zijn.
hij
bewonderen.
Nu komt
50.
nog
er
iets bij
onzen gezonken toestand
In
Heeren wordt
des
lof
van
de
dan
niet
er
uitzondering gekend.
bij
Zijn
is
al
geen
wordt;
maar de
een
offerande,
komen
dat
zich
Gode wordt
die
bewondering
uit
Die
Heeren.
anders,
de
in
zielsaandoening
combineeren met den
lof
ziel
:
De
is
3), hij
zoekt
is
hier
voor
moet dus
zij
gekarakteriseerd
het np^/'n niet
over staat
God
en
in
goedheid
de
Toen men van
de
en mogendheid des
het bewustzijn
Dat
als
een
uit.
sfeer,
Dit toch
zijn
uiten,
dat ze na hun dood b.v. in
P%alm de
stilte
waar wel leven is
115
is
-.17,
maar het
het groote gemis der dooden,
Daartegen-
de Psalm dan ook nog eens aan het eind
met deze studiën
eeuw
bezig
dan
door deze
plaats
aan
te
in
(na de spiritualistische invloeden
hield,
meende
men, dat de zalig-
heid zou bestaan in een mystiek loven van God, het lichaam bleef weg. trachtte
18,
afdalen".
volgende geslachten nog op aarde zal verkeeren
laatste doet
zich in het begin van deze
vorige)
komen, zich
meer kunnen uitbrengen door hun mond.
Israël, dat in
loven.
den mondelingen
van anderen en zoo wordt de lofzang geboren
geluid ontbreekt, die dus klankloos dat
in
ons gevonden
„zoo zullen wij
toegebracht. Lof en prijs moeten voort-
met opzet gekozen de uitdrukking n^Ti ni>-^3 „die
^w
bij
als hij zegt:
Gode onzen Heere. In het Oude Testament klagen de vromen hierover, niet meer in staat zullen om God te loven. Zie hiervoor hier
lofzingen,
de harmonie tusschen hetgeen
wijl
op de lippen komt zoo zelden
verstond
profeet
betalen de varren onzer lippen" (Hosea 14 lof
ligt
treedt als hetgeen de mensch Gode moet vorm zonder beteekenis maar alzoo door God gewild.
ijdele
het hart leeft en hetgeen
in
den
de Schrift nu
grooter maken, enz. Dat loven, dat prijzen, hetwelk
kunnen we nu zoo slecht begrijpen,
Dat
In
in
op den voorgrond
Schrift
toebrengen
lof
verrukking
:
we Gode moeten
begin tot het einde de nadruk erop, dat
het
psalmzingen. in
:
de lofzang zoo mat en dof
is
Men
tooncn, dat de Israëlieten onder het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's