Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 357
college-dictaat van een der studenten
De magistratu tamquam
§11.
329
ministro Dei.
zij die ordinantiën Gods kennen, zijn deze humana moet gededuceerd, zijn ze de norma,
menschen op aarde, en voor zoover de
waaraan de
de lex
waaruit
principia,
humana moet worden
lex
waardoor de lex humana èn
bestaat
V.
b.
moeten altoos Elke
De Fransche dit
de GoddeUjke ordi-
uit
man en vrouw,
alle
erfrecht enz.
gestelde principium van het huwelijk opgevat.
die daarop niet rust, gaat tegen de hoogheid van
God
in.
Revolutie verwierp God, maar maakte toch een huwelijkswet, die
overeenstemde
heb
God
dat door
uit
humana,
lex
autoriteit in,
Het huwelijk
verhouding van man en vrouw, ouders en kinderen, en
omtrent vaderlijke macht, verhouding van
zaken
houden ze de
de consciëntie erlangt.
de openbaring van de natuur èn
uit
voor de
nantiën
getoetst en
autoriteit over
met de Goddelijke ordinantie, doch ze
niet
:
God, maar
ik
Aan den eisch Gods is dus nog niet voldaan, als er overeenhumana en lex divina bestaat, neen, de lex humana moet
gedaan.
stemming van
zei
lex
op de lex divina rusten. Het begrip, waarop
menschelijke
alle
wetgeving rusten moet,
dat de Overheid het zoo goed vindt, maar moet in
't
algemeen overtuigd
humana
rust
is
dus
niet
van de gemeenschap
is,
dat
God
het zoo wil.
heeft
niet,
Het beginsel, waarop de lex
maar het moet daarin gelegen
is,
dus
is
dat de vorst of Overheid
de noodzakelijkheid, de redelijkheid;
Gods voor haar bewustzijn
ordinantie
zijn,
zijn,
niet,
omdat het eisch
dat de Overheid eene
doen opkomen,
uit
die ordinantie
Gods logisch deduceert en daarbij acht geeft op de omstandigheden en gelegenheden, waarop dat principium moet worden toegepast en dus ook vanzelf acht geeft op de historische ontwikkeling van het volk,
waarvoor het de wetten geeft en
op de historische ontwikkeling van de aangelegenheden, waarvoor die wet wordt
Wat nu
uitgevaardigd.
het karakter betreft van het gezag, dat aan zulk eene
wet moet worden toegekend, dit is gemeenlijk een geheel ander dan het gezag, wat de kerk heeft in haar wetten en voor haar bepalingen, die zij uit
Gods
de haar bekende ordinantiën
maken
;
zij
overtuiging
kan uit
wel
regelingen
de wet Gods,
d.
i.
afleidt.
opstellen, uit Zijn
De die
Woord
kerk zij
kan geen wetten
n.1.
aanduidt
naar
als
onze Vaderen reeds de tegenstelling maakten, doet daarom de kerk nooit anders dan affirmare.
De Overheid daarentegen nunquam
Daarmede overeenkomstig zaamheid
af te
dwingen,
is
in
terwijl
bedoeling
om
de Overheid eene macht gegeven
de kerk elke dwingende macht
de afvalligen terug
te
iets
affirmat sed firmat.
kan wel door censuur en tucht tusschenbeide treden, maar hare
haar
voortvloeiende, maar zooals
om
mist.
altijd is
brengen, maar nooit
bij
gehoor-
De
kerk
het daarbij
manier van
uitoefening van strafrecht, 20.
het
Brengen een
en
we
ander,
het nu van het laatste punt terug op de vraag, in hoeverre
nu en dan, de consciëntie bindt, dan
volgt, dat
eene wet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's