Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 269
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
§ 2e
De
De
de
door de
unitas
fidei
moeten ook met elkaar
leden
unitas
charitatis
hebben
Al
er.
toch
niets,
bestaat
liggen,
zoodat
athleet
daarentegen
brorum
bij
de
maar
We
die
in
onder
in
ligt
we daarvan
komt.
tot uiting
maar toch
zijde die
mem-
die charitas
is
Ook
ziet
al
een
Bij
men
in
de
die unitas charitatis inhaerent in
op de
niet te letten
daarom
de eenheid
zelf
unitas charitatis
gezegd worden van de
mogelijk,
objedum fidei.
charitas, die
volkomen ont-
tot
van het
en de
(ri>fix,
brengt wel de charitas tot uiting, maar
elkander
De
is
bespeuren
in
Dit toch
Dan zou
liefde, die wij plegen.
eenheid weer verbreken.
doordat de charitas essentieel
Daarom
Christus.
ligt in
14 de liefde den band der volmaaktheid.
:
daad van onze
eerst
is
Col. 3
in
onmogelijk
ning
hem
het corpus inzit en
ze wordt daardoor niet geboren.
liefdelooze
bij
ligt
hebben dus
Nu wordt
met een ingebeelde ziekte op bed
nooit
toch
bestrijdt,
Die eenheid
personen
noemt Paulus kan
v.
onderling.
elkaar moeten liefhebben.
niet lief; al
uiting zeer sterk,
die
is
b.
we
charitatis zelve
dien ingebeelde zieke evenzeer aanwezig.
wordt,
van
nog
membrorum
unitas
plooiing zal komen. liefde
membra
verband staan.
in
dat
maar de unitas
Iemand kan
zij.
Lichaam van Christus.
het
gepleegd
uitgedrukt,
niet
allen elkander
men elkander
dat
kerk,
van de membra aan het
adhaesie-vermogen
het
is
Dit vloeit wel uit haar voort, is
8Ö
de unitas charitatis het cohaesie-vermogen van de
is
verschillende
Ze
Attributen der Kerk.
Unitas charitatis.
Gelijk
Hoofd,
te
4.
elke
Die liefde-oefe-
het
wezen der kerk
ingelegd.
is
3e
De Unitas spei. we nu door de
Verstaan
aan
hun
Hoofd,
unitas fidei het adhaesievermogen van de
door de
en
membra
onderling,
dan
tusschen
caput en
membra
Hoofd lotgemeen
om
zijn.
de
is
Die
spes
de uitdrukking van het consortium dat
bestaat.
Ze beteekent, dat de membra met het
lotgemeenschap erlangt
deze reden, dat het Hoofd reeds verheerlijkt
caput heeft geleden, maar
Doch deze waarin zal.
christelijke
steeds
twijfel
het
en het
karakter van hoop,
o-w/ix
nog
niet.
Ook
het
nu reeds den toestand van heerlijkheid ingegaan.
hoop ligt
is
heeft
niets
opgesloten,
gemeen met de hoop
of hetgeen
in
de wereld,
men hoopt wel geschieden
zin spreken de modernen van de hope der onsterfelijkheid, en daarmee de gemeente op een dwaalspoor, 't Schijnt, alsof ze de
dezen
In
brengen
prediken, maar
onsterfelijkheid christelijken zin krijgt.
is
membra
unitas charitatis het cohaesievermogen van de
Er
is
uitdrukking
gelooven
is
dus
van
aan
vernietigen haar geheel.
Neen, de hoop
in
de uitdrukking van datgene, wat men zeker weet, dat men een groot verschil tusschen hoop en geloof.
wat men
zeker
weet,
wat nog komen
moet,
b.
datgene,
iets
zij
v.
dat niet
er
is.
Geloof
Men kan
aan mijn ingaan
is
de
nooit
in
den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's