Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 624
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
lÖÖ
uit,
nu
uit
is,
meer
niets
van
het
is
ons
af"
veel zeggen
af,
wij
vroeger beweerden
Bij
ons
;
we
„als het er
:
vele woorden, die wij spraken, weten
van
;
wij
thans wat het tegendeel uitdrukt van hetgeen
(vooral vinden wij dit
het dus zóó, dat het
is
Wij hebben die gedachte
weer goede vrienden".
wij
zijn
iemand die bekeerd werd).
bij
eenmaal uitgesproken,
/o'^^x,
rust buiten ons,
wij vervreemden er langzamerhand van.
kan echter
Dit
om
noemd,
aan
verbonden
het
;
'o
elkander
dus
is
uitgaande zonder ooit
en het woord
lijk
niet
'/.zyoc
;
h
Aóycc
afraken
zij
;
woord
het
'/.óyoc
ge-
blijven voortdurend aan elkander
een woord dat eens afgeloopen
niet
uitgegaan
te zijn
is,
de Aoyzc
is
altoos
het verband tusschen de rede inner-
;
uiterlijk blijft constant, is altoos dezelfde.
we thans niet verder om later het leerstuk
Daarover spreken voorbereiding
ter
daarom met
is
duiden dat de innerlijke gedachte en het uitgaande woord
van
oogenblik
geen
bij
te
;
wat we
hier zeiden strekt slechts
eeuwige generatie
der
te beter te
kunnen verstaan.
Over de andere formae thans nog een enkel woord, en wel To
3.
eerst over
't
h.7rxii'yy.<Tyi,x.
Welke is de beteekenis die deze forma heeft ? De openbaring in het Zoonschap is existentieel, het kind wordt geboren,
De
vorm van het nu ook weer behalve
dat
eene notionale openbaring
/.óyo^ is
de andere
zijn,
genomen
niet
twee
die
in
de eene
is
als
het bestaat.
eene openbaring
dien van het bewustzijn
:
maar
intreedt,
in
den
twee mogen
die
van elkaar afgescheiden, en daarom
nog een derde
er
;
is
het,
waarin beide begrippen, het
existentieele en het notionale, voor zooveel mogelijk, vereenigd liggen.
Nu
is
waarin het materieele zoozeer „vergeistigt" wordt
er niets,
Daar
licht.
voor ons besef
treedt
alleen de olie in de lamp,
den
wij
waarbij
gloed
van
we
b.v.
dan hechten we nog aan het materieele, maar zien
de vlam, het
kunnen
wij
als in het
Zien
niet het materieele begrip op.
lezen,
licht
dat zich door de
kamer verspreidt en
dan gaat elk denkbeeld aan het materieele geheel
van ons weg.
De zon vraag
op
hij
is?
materieel,
is
waarop straat
Het
Neem
licht ik
hoe het
antwoord nog
het
licht
niet
van dat hemellichaam ook onsta, eene is
gevonden
;
maar wie
rondwandelt den indruk krijgen dat het zonnelicht
wekt
juist bij
ons den indruk van
nu de Si^x en daarvan het
immaterieele
niet
aan het materieele, maar wel denken
dat licht komt.
uitstraling
Het
xtt: het materieele,
xTTxCyxcr/nx doet
we
iets
materieels
iets niet-materieels.
ö.7rxóyx<rfx,x,
die
nu, terwijl
zal
dan
is
dat
c>.7rx!jyx<r/u.x
enkel schittering
;
juist
we denken
ons eene materieele bron waaruit
dus tweeërlei
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's