Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 218
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE MAGISTRATU.
190
a.
Ps. 2 VS.
4—12.
In
VS.
6
sprake
is
van
een
wordt en over een bepaald
Nu
wordt, nadat
een regeermacht, die intusschen beperkt
"^772,
rijk gaat.
"»irni^-nn |T'ï-!'i7.
7 de Zoon zegt, dat
in vs.
dit
over de
Daarover wordt Christus echter
bestaat.
D'^v
maar over de nü^jp der
Aan de eene oefenen.
zal Hij
zij
was ook
Dit
in
regeer en, De
wetten
van
opzichte
gesteld,
aan de andere
zij
zal Hij
Israël het verschil
waren eveneens
laatste
macht
uit-
tusschen Israël en
nl^m aan
tot mjinxi
de u^p
macht,
een
Hij
krijgt
die
niet
't
karakter draagt van
maar van algemeene heerschappij.
koninklijke, In vs.
'i?t2
maar hij regeerde er niet over en had geen recht daar Zoo ook is hier de Messias Koning over Zion, maar te
;
stellen.
te
niet als
eene andere macht gegeven.
symbolisch
't
de cijnsplichtige volkeren.
David geschonken
Hem
wordt
d;'1J
uit de ook een gezag
koninkrijk voortvloeit
Constitutio Mediatoris, in vs. 8 tot den Messias gezegd, dat er
9 wordt de explicatie gegeven, hoe
Hij die
door nnin en nn, maar door een ijzeren roede. een pottenbakker met
Ook
zijn ^h^.
hier
macht
zal uitoefenen, niet
Daarmede gaat
hij
om,
gelijk
wordt dus geen indruk gegeven van
een georganiseerde regeermacht, maar van een uitwendige macht, die heerscht.
De
Vs. 10.
pN
den
blijven, Christus
ü^'D^j2
wordt gezegd,
"'psi^
niet dat
komt zij
niet in
hunne
plaats.
Den
D"'p^:p
gehoorzamen moeten aan de souverei-
van Christus, maar dat ze die zullen eerbiedigen, dat ze wijs zullen
niteit
en
zijn
en zich zullen laten kastijden. In vs.
moeten omi? moest
was,
w.
d.
staan
w.
z.
?
onderdanen van Christus, maar
„weest
:
tegenover
Hem
stellen,
de koningen der in
Christus,
er staat juist
weest onderdanen van „Jehova".
Kussen beteekent hier zich met
z.
zich
Van wien
Ten opzichte van den Zoon
Vs. 12.
D^u
zijn.
er
nin^TX nni?
hem.
waarop het aankomt. De koningen der aarde Volgens de voorstelling, alsof Christus Koning
volgt de tegenstelling,
1 1
D^iJi
staat er niet
Hem
nny maar ^pm,
d.
i.
kust
verzoenen, zich niet als vijandige
een teeken van vriend- en bondgenootschap,
blijven
onderdanen van Jehova
;
daarbij
d.
moeten ze
vriendschappefijke en bontgenootschappelijke betrekking plaatsen met niet
omdat ze
Hem
de macht van den Messias
van hunne
rijken
bij
anders ongehoorzaam zouden
zijn,
maar omdat
het ontbranden van Zijnen toorn op vernietiging
zou uitloopen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's