Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 580
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE CONSUMMATIONE SAECULI.
104
Dit
neemt evenwel niet weg, dat we toch tot den slaap de toevlucht moeten om ons van dien staat een goede voorstelling te kunnen maken.
nemen,
De
genoemde uitdrukkingen, 't Opstaan En zoo wordt ons dus door haar het
Heilige Schrift wijst daarheen in de
de dooden noemt
uit
ook een
zij
iyeipetu.
denkbeeld van slaap vanzelf aan de hand gedaan.
Wat nu
slaapt, als wij slapen ?
Het lichaam maar
ten opzichte van den slaap gedaan, bevestigen
dege wakker. Denk
ter
een
den avond
avonds geleerde
's
zijn
Fransch spreekwoord. En
Slaap
En toch ook
den slaap wel
in
is
zij
door droomen
in; gedachten
van
nuit porte conseil" zegt een
Schrift bevestigd, als
zij
den
is
men
men op
en dat wel zóó, dat
den slaap
niet in
dan ook een zeer groot
lijden.
zich uit over de spieren alleen of
Een slaap
is
ziel,
maar veel eer van het in den dusgenaam-
van het lichaam geheel. Immers
niet
„hazenslaap" staat
kunnen doen, dat
juist.
morgens vast
dus niet een werkeloos worden van de
is
lichaam.
Dat
ziel
en wel den allerdiepsten slaap, den droom neemt als openbaringsvorm.
slaap
den
Onderzoekingen,
ziel.
slaap brengt ons intellectueel
de
:
les zit er 's
ook wordt door de
dit
De
dit.
morgens veel helderder. „La
's
de
hoe allerbenauwendst
En van den anderen kant
werken kan. verder:
er slechts aan,
niet
ook
dan verkwikkend,
men
er een
eed op zou
geweest, zoo druk werkte de geest.
is
Hoever gaat dus de slaap ? tot
de zenuwen? Dit laatste
de f^x^, hersenen en
als
Strekt
hij
is
het 'em
alles, het
gansche
lichaam, ongebruikt laat.
Maar met
lichaams;
des
slaap
wordt natuurlijk een slaap der
zieleslaap
dat
En
actieloosheid zou overgaan.
men
de
n.1.
ziel
dit
in
kan
ziel
bedoeld evenals de
een toestand van onbewustheid en
niet.
Dat bestreed
Calvijn.
Wanneer
zich hiertoe beroept op Luk. 16 de gelijkenis van Lazarus en den rijken
man, dan
de aandacht gevestigd op tweeërlei
zij
dat
10.
hemelvaart
de dood van deze beiden geschilderd wordt door Jezus vóór zijne zoodat
;
voor den tegenwoordigen dat
2o.
zij
dus geen consequentiën mogen worden gemaakt
daaruit tijd
;
ze
komen nog
beiden worden voorgesteld
een lichaam hebbende
;
immers
zij
in
in
de Scheool
deze gelijkenis
;
als
en
na hun dood nog
spreken met elkander en dat was hier voor
de inkleeding der gelijkenis noodig.
De
Schrift leert ons, dat
heen gaat,
waar Christus
engelen Gods. Dit
Wat
is
— is
na de hemelvaart en de engelen
voor ons het meest
zijn
— de yvixvoq, die zalig en
in
den hemel
is,
daar-
leeft als
de
leerrijk.
mensch en een engel? Een engel is een TTveLixx, asomatisch een «i/S-^w^o^ is ook een ^rvzüfMix, maar met een o-w^« omkleed. Daar nu de ayS-/?a);ro^ door den dood zijn o-w^a verliest, is hij in den status intermedius enkel Tcviüfjix en staat daarin met den engel gelijk. toch
is
het verschil tusschen een ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's