Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 196
college-dictaat van een der studenten
:
Locus DE Provjdentia.
196
achtergrond
waaruit
is,
hooger staande gebed van den mensch opkomt.
het
om
worden opgeroepen
Eerst
lovend
te
aanbidden
de Engelen, dan het
zwerk, de afgronden, het plantenrijk, de natuurverschijnselen, de dieren, groote, en
kleine
En
kruipende.
daarna en daarmee
eerst
—
roeping tot de menschen
in
verband volgt de op-
de koningen, de grooten en de kleinen
—
om
te
loven God.
we
Hetzelfde vinden
met
sprake
duidelijk hij
is
Ps. 19
in
1—4.
:
opvatting
spitsburgerlijke
zijn
Ps. 8
In
2
.
enz. heeft de berijmer
van verstaan.
niets
er
van de aanbidding, die God
Terwijl
in
vs.
10
de natuur toekomt, heeft
uit
ervan gemaakt
Hoe
heerlijk rolt uit
vromen mond
aller
Die groote naam door gansch het wereldrond
We
vonden alzoo
en
is;
glorie
God
hare
dat
van miserie.
en
erin gelegd.
dat ze
dat volgens de H. S. ook in de natuur een expressie
dit,
expressiviteit
Hem
zich
in
twee
bifurkeert, in een expressie
Die expressie nu komt niet
God
uit
van
de natuur, maar heeft
zelf heeft
de natuur expressief gemaakt, zoo geschapen,
En nu
het de priesterlijke roeping van den mensch,
eere geeft.
is
die expressie te verstaan en te vertolken.
Een boer zijn
opdat zin
heeft beesten op stal staan.
Nu kan
runderen.
der
geld
zijn
hij
Schrift,
den zak houdt.
in
moet
Hij
Overal heerscht de pest, ook onder
die boer bidden, dat zijn dieren beter
medelijden
om
expressie vertolken, bidden
Dat
met
mond
den
Matth. 21
in
:
verlossing van de miserie
kinderkens
der
Over de uitlegging
dier
16, die
hebben
beesten
zijn
verband hiermede wijzen we op de uitdrukking
In
aangehaald
mogen worden,
geoorloofd, maar niet
is
in
om
den
in
hunne
der beesten wil.
Ps. 8
nu eerst goed begrepen
en
:
zal
3,
door Jezus
worden
:
„Uit
en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest."
woorden
is
De kantteekenaars zeggen Maar
veel getwist.
dat ze slaan op kinderen, die reeds grooter zijn en bewustheid hebben.
èn
de
samenhang èn
het
Hebr.
woord duiden
niet
op kinderen van zeven,
acht jaar, maar op kleine kinderen, die nog onbewust nu.
Waar we
begrijpelijk,
hoort
en
staat,
dat
maar een Gods oog
zagen, dat er een expressie
dat
ook zoo'n
verhoort.
Dat
klein
vinden
uit
kind voor
we ook
in
klein kind,
maar toch ging
er
onopgemerkt voorbijging.
Dat verstaan
God :
is
we het
een expressie heeft, die
hij
waar
bij
het verhaal van Hagar,
de Heere den jongen hoorde {Gen. 21 niet
zijn.
de natuur uitgaat, daar
17).
Die jongen was nog
van hem een expressie
uit,
die voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's