Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 66
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE Magistratu.
38
wordt
Eindelijk
de
G.
C.
mate dan aan Sem aan Japheth de groote stroom van
veel sterker
in
verbonden. „God breide Japheth
woorden
uit", zinrijke
;
Japheth voortkomen, zooals dan ook gebeurd het menschelijk geslacht zou met geheel Indië, Midden-Azië, Europa en Amerika. De stam van Sem is uit
daarentegen,
bescheiden proporties teruggebracht.
tot
is
En Kanaan
voeren over die volken, die niet tellen,
De stam van Japheth zou de
hem een knecht!
zij
in
heerschappij
de menschelijke ontwikkeling zouden mee-
geen talenten en gaven ontvingen, maar de knechtsgestalte zouden
die
moeten dragen.
Voor we
Caput
tot
X
over
overgaan,
hoofdstuk nog een tweetal op
dit
merkingen.
Gen. 9
Bij
I.
op de
:
4—7
Luther teekent
bij
het praeludium
reeds opgemerkt, hoe daarin
is
instelling van de overheid deze plaats
o.a.
te
ontdekken
is.
aan: „Hicigitur fons,exquo manattotum
ius civile et ius gentium.
nog
Calvijn ziet in deze plaats die
iets
meer dan Luther, nml. de
„ultio secreta",
God, de Heere, uitoefent door de geslachten van boosdoeners
sterven of ze met ziekte en ongeval te bezoeken, doch ook ziet
te laten uit-
hij
hierin
de
origo po te stat is magistratus; non nego hic poenam fundatam esse, quam et leges statuunt et indices exequuntur. Naderhand spreken we hierover uitvoeriger, doch
reeds
dit
om op den voorgrond
origo potestatis magistralis niet
onze oude theologen hierin
te stellen, dat
maar op eene
altijd
deze opvatting van de
losse gedachte berust, daar toch
de fundatie van de magistrale macht hebben
gevonden.
moet
Inmiddels
nog opgemerkt,
macht wel -moeten weten, van
men
Zegt
gelooft.
staat
enz.
of
men
1
dat
het eerste, dan laat
niet in,
we bij de bespreking der magistrale men gelooft of dat men heuschelijk men zich met de eigenlijke quaesties
zegt, dat
maar wie werkelijk
gelooft, begrijpt, dat hij als over-
Godswege zijne aanstelling en permissie moet hebben om dwang op zijn medemensch uit te oefenen. Op dit standpunt moet daarvoor een stellige uitspraak van God zijn moet men voor elke verdere ontwikkeling van het leven in Gods Woord het uitgangspunt zoeken en dat niet als programma van wetgeving, maar om er de bevoegdheid en de macht aan te ontleenen, zoo met dwang tegenover den medemensch op te treden. Anders heidspersoon
van
;
zijn
't
slechts maatregelen
kan opvatten, sterkste
is,
ontstaat
van orde, die een ander even goed op andere wijze recht van revolutie, waarbij de vraag, wie de
het
alles beheerscht.
Daarom
glisseeren
we
maar vinden er van Godswege het uitgangspunt geordende macht voortkomt. 20 Verder zegt Luther,
niet in,
over deze uitspraak,
waaruit die macht als
geeft
God de Heere
hier
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's