Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 484
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo {Pars Altera.)
50
Gevolg hiervan
't
en
gevoelt
denkende aan
Christenmensch,
een
dat
is,
zichzelven
in
de werking die
ervaart
den Catechismus beschreven wordt: „dat
tegen
ik
het 60s*e
in
de geboden Gods zwaar-
al
gezondigd heb, en geen derzelve gehouden, en nog steeds
lijk
zijnen God, antwoord van
tot alle
boos-
heid geneigd ben."
Wie van
geene
hieraan
kennis
spot er mee, maar
heeft,
Gods geweest
kinderen
alle
eeuwen, dat
alle
in
zij
't
de zielservaring
is
altoos uitgingen van
dat diepe besef van schuldgevoel tegenover een heilig God. Dat besef nu, dat in
Gods
zich ervaren van den toorn
den
tegenover
maar ook
schepsel,
een
2o.
gelijk
tegenover
Heere,
zijne schuld als
Christen
zóo aan toe
er
hij
is
schuld
hem toegerekend wordt
schuld
vergeven
zal
geworpen
in
is
kent
Die
hij
nog nog
schuld
sing?
nadat
heeft
van
als
iemand voor wien Christus
alle
is
hij
hem misschien
niet dat
;
in
de toekomst zijne
de zee der vergetelheid.
leeft
in
is
is
persoonlijk
God
op hem verhalen
zijne schuld
de rechtvaardigmaking door het geloof.
niet
;
maar hoe komt de Christen aan Neen
die verlos-
die zelf bewerkt, een ander, eenig schepsel?
Dat is
is
er
het Evangelie, dat de schulden
om
!
is
juist
wie
om hem
weggenomen
iets, want Gods kind volbracht, maar hoe komt
zijn
nog
die verlossing voor bij
want zoo-
het principieele antwoord,
de meening dat
dus weggedaan
te verlossen.
nu
gehoor-
worden, neen, maar^at die nu reeds voor eeuwig door
voor eeuwig. Maar nu 3^.
als
zijne schuld heeft beleden,
hij
eeuwige schuld gevoelde, begrijpt dat het alleen Gods werk
zijne
er
die,
antwoord van den Catechismus iemand
lang zal,
den Christen
minderheid
heeft volbracht. Hij leeft dus tevens in het besef, dat niets van zijne
zaamheid
Dit
stelt
zijne
dat 60ste antwoord geschiedt, met dat antwoord verder gaat, en nu
in
bekent, dat
God
slechts
niet
hij
zondaar gevoelt. Maar
ook iemand,
is
op het leven drukt,
die
wien
die groote
genade op zich toe
te
passen, wie zal
hij
nu
er
hem
dat
brengen ? Dat vrede is
er
is
de belijdenis van den Heiligen Geest.
hebben
de gemeenschap met
buiten
waarachtige
een
een
God God God
Die drie nu die
God
die
in
zijn
eigen hart
;
dan eerst
religie.
Dus komen de zaken zoo een
God
Een kind van God kan geen
dien die
te slaan
voor het kind Gods, dat er
is
beleedigd heeft,
hij
hem
verlost heeft,
die in zijn hart woont. zijn
hem
voor hem onderscheiden, want die
God
die beleedigd
verlost heeft differenzieren voor zijn besef, en die
bidt in zijn eigen hart
is
weer onderscheiden van die twee.
is,
God
en die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's