Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 557
college-dictaat van een der studenten
Hfdst.
Heilige Drieëenheid uit de Openbaring.
Het Bewijs voor de
II.
uitgesproken, die als autoriteit berust in den Vader, Jen Zoon en
123
Heiligen
-ci.
Geest.
Wat met
Gods, die op en
in
dat als die
z.
wat
;
werkt.
het
leven
indringt,
wereld nu die
in
Zooals
van de zon
is
zon
die
eene
zelf
'óvoixx
in
ligt
Een kind
in
teeken van
Ood
een heilig
liefde,
wereld
af in die
die in het licht ons beschijnt.
zelf,
leven der natuur, zoo straalt
licht is in het
wereld
licht in die
nu die sfeer van
is
doode wereld
sfeer die in die
punt, dat
van
sfeer
van
genadedaad
zelf; evenals het zonnelicht wel
de Zon
is
kót/u.s,;
overge-
uit,
en daarom
is
God
het
zelf
openbaar wordt.
die in die sfeer
Welnu, de
nu
sfeer
het
;
blijft
het booze en in het
eene heilige macht, heilige
uit
een
is
het licht van den hemel, er gaat van
in,
van God, maar
niet iets los
is
onderscheiden
lijke
er
:
het gevolg van de
is
is,
duidelijk
aan zichzelven
Dat hemelsche element, dat Goddelijke dat van boven
leven.
God
is
KÓa-fxoc
in
In die
Gods
den hemel naar die wereld
uit
goeds
er
hem
dringt
ligt,
w.
Tovripdi d.
gronde gaat
laten, hij te
duister
wordt aangeduid
die machtsvolheid
Tw
oc KiiTxi iv
het
licht,
indringt,
van
en leven, die Godde-
liefde
maar onder éen bepaald gezichts-
yjoiu.c^C,uv.
de wieg wordt bestraald door de gunste Gods
de
gunste
het kind kan dit alles
maar
Gods,
de doop
;
nog
is
het
niet ivofixi^uv
gebrek aan bewustzijn.
bij
Het
karakter
van
den
cvofix
komt dus dan
dan wordt de mensch
en dan heeft Hij een "Ovsfxx
den en
is
in
dus die
als
voorzoover
:
des Heiligen Geestes,
de sfeer
nadat het
zij
der
door den mensch. kan gegrepen wor-
„Gaat de wereld
hun leermeester, en maakt ze
d.
zij
kan ingaan. nu
zegt
i.
zij
Goddelijke
mijne
tot
ondergaan, wat plaats moet hebben
in
staat gesteld
in
cvo/xx.
sfeer,
zijne belijdenis
De Heere Jezus
wanneer
ook ontdekt wordt aan het menschelijk om zijnen God te noemen,
die Goddelijke uitstraling in de wereld
bewustzijn,
alleen tot openbaring,
uit
roept de
Naam
menschen
moeten een
tot Mij
/Jarr^Vr^uoc
des Vaders en des Zoons en
de sfeer der wereld overgezet worden
en dit moet plaats hebben na onderricht,
liefde,
het in hun bewustzijn
den
in
moeten
in,
^aaS-j^ra/." Zij
konden opnemen; zoo worden
zij
gebracht
tot
noemen van den aan hen geopenbaarden Naam.
Die
c'jsfjix
voor het leven
rc~j
TTxrphc kxj tov
den dood dezer wereld
in
maar de openbaring baringen,
wereld
'Jo'j
kxI tz'j xyiou Tr-jijfixTzc is
de reëele en de
menschelijk bewustzijn geopenbaarde indringing van het Goddelijke
maar
indringt,
die is
zelf,
de
eene
eene
t\')TV
:
en die
uv
is
ivo/ia,
nu éene
die dus niet l-jzax
;
is
een doode naam
er zijn niet drie
openbaring, die krachtens de autoriteit
zoodanige,
dat
de sleutel
tot het
Gods
openin
de
verstaan daarvan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's