Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 952
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Pars Tertia).
136
niemand sprake
bij
want het
zijn,
Rome's
komt
fout
dan
„Ik
beginnen
voelt haar volle kracht, die voor
hij
even
sta
met
wij
ons aanziet
God
voor
ons gebed
in
om
ons
in
is
't
volkomen
als
en
rein
Dat
durft."
komen.
Maar
te
Christus te brengen.
Met
heilig.
toch
God zeggen voor God
als Christus
de zonde op
uit
Calvijn en
staat."
Staan wij
voelt onze geest en getuigt de Heilige Geest in ons, dat de
der rechtvaardigmaking toe.
Vader
minder kan de belijdenis
niets
Dan
het roepen van „Abba, lieve Vader,"
is
geen sprake meer van verdiensten of goede werken.
er
is
rein
het gebed juist het middel
is
Hem, dan
in
begrepen en ook enkele kringen na hen maar
Alleen
heilig",
Natuurlijk
rechtvaardigmaking verkeerd
de
ze
dat
voort,
hieruit
haar
een klein getal.
ben
mogen doen, hoe meer
wij
en niet Hij aan ons.
zijn
Slechts zelden wordt de justificatie goed gevoeld.
heeft.
Luther hebben
„Ik
Eer omgekeerd brengt
gave.
mede en hoe meer goede werken
iedere gave schuld
dank wij Gode schuldig begrepen
Gods
alles
is
3e de leer van Böhl.
De
Prof. Böhl geeft
die
voorstelling,
van de wijze, waarop de toerekening
van Christus' verdienste plaats had, heeft een goed uitgangspunt hierin dat
dit
nooit gedaan
heel de Utrechtsche school met
;
moge de woorden „toerekening" en de zaak
figuurlijk, niet
meende,
wèl
het
De
der zaak.
maar vraagt men dan bleek
geworden en
het
moet
dit
—
maar
't
is
bloot
bedoelen, en de confessioneele richting, die
is
wortelloos
haar, in hoeverre
o zoo weinig
tot eere
ze roept wel zeer luid voor
;
zij
zich rekenschap gaf van
Dit
te zijn.
nu van lieverlee anders
is
van Prof. Böhl gezegd, dat
hij
behoort
tot die
de toerekening meenen en die zich de moeite geven
met
het
die
haar Ethische leerlingen
al
gebruiken
van toerekening sprak, vroeg nooit naar den wortel
zij
die waarheid,
theologen,
zij
„justificatie"
confessioneele richting
waarheid,
de
als
die
zelf,
hij
Verreweg onze meeste theologen hebben
die toerekening serieus heeft opgevat.
haar te verklaren.
De vraag naar de
toerekening, doet de vraag ontstaan
het leggen van onzen schuldenlast
sioneele
richting
antwoord, dat eenig
wording deze,
hij
goeden
Christus al
eerst
vraag niet eens na
onweder over Hem
de
dagen
zijns levens gelijk
Maar
onze Catechismus
Prof. Böhl :
een
wanneer, quo tempore
;
voor haar volstaat het
beantwoordt haar
van het moment
voorstelling, die vooral
donkerder
het
levens,
die
op Christus kwam.
zin evenals
langzamerhand
zijns
over
De gewone
af.
dat
denkt
:
op Christus heeft plaatsgehad? De confes-
losbarstte.
heen wierd,
Böhl nu
Gods toorn gedragen
stelt
den
onder Groningers heerscht,
gemakkelijk en rustig leven had
om Hem
in
zijner vleesch-
tot eindelijk
;
is
dat het toen
aan het kruis
daartegenover, dat Christus al
heeft,
maar vooral aan
ook onze Catechismus met nadruk
releveert.
het einde
Dus wel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's