Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 513
college-dictaat van een der studenten
Hfdst.
Het Bewijs VOOR DE
II.
Heilige Drieëenheid UIT DE Openbaring.
79
Geen eenvoudige zegen wordt hier gegeven, maar er is eene wederkeerige God stelt zich met Abraham in verband, omdat Abraham zich met
werking.
Hem
verband gesteld had door het geloof.
in
Abraham had getoond God hoorzamen
te
vreezen, en dat vreezen van
God
en het ge-
past de engel op zichzelven toe, en niettegenstaande
stem
Zijner
het geloofselement er in
volhardt toch die
is,
r\'\p'
'^N^n
om
dat alles op zich-
zelven toe te passen.
Laat ons voor een oogenblik met Rome aannemen, dat God de scheppende macht aan een schepsel kan overdragen, dan zou daardoor wel verklaard wor-
den wat ning aan
Hagar gezegd wordt
tot
Abraham
niet
en
;
mag maken
men
gehoorzamen
te
mijner stem gehoorzaam geweest 4.
Nu moeten
tot
maar deze
niet
wij overgaan tot
verschij-
door de Roomsche
voorwerp des geloofs en der aan-
nu arrogeert hier de engel voor zich, dat
dit
wiens ordinantiën
met Jacob
„Ik zal vermeerderen",
want nooit wordt beweerd, ook
;
kerk, dat een schepsel zich
bidding
:
heeft,
door
te
is
hij
zeggen
:
degene aan
„naardien
gij
zijf'.
wat we lezen
in
Gen.
32 over
het gebeurde
Pniël.
bij
Gen. 22 en Gen. 32 hebben wij nog de verschijning des Heeren den droom te Bethel op die geschiedenis zullen wij echter niet ingaan, omdat wij daar wel lezen dat de Heere zich vertoonde boven aan den ladder, maar wij toch daar geen bepaalde pertinente vorm van openbaring voor ons hebben om er ons op te beroepen.] [Tusschen
aan Jacob
Wij beginnen gebleven
bij
stelen, niet
in
;
te lezen bij vers
den Jabbok,
25
;
daar zien wij dat Jacob alleen
en dat er nu een
U'^N
kwam om
is
met hem
achterte
wor-
een engel, maar een man.
[Als wij zullen vragen ter verduidelijking van wat wij hier lezen waaraan volgens de Heilige Schrift ontdekt werd of men met een man of een engel te doen had, dan vinden wij op die vraag het antwoord in Richt. 13 6, waar Manoachs huisvrouw tot haren man zegt, dat er tot haar een man Gods is gekomen, wiens aangezicht was als dat van een engelnxo K"i1:. Daaruit blijkt :
:
dus dat of
bij
zulk eene manifestatie als hier plaats had, dédruit werd opgemaakt
men een mensch
of een engel voor zich had, dat bij
den engel eene
uit-
waargenomen werd, eene soortgelijke uitstraling als ook gezien werd bij Mozes toen hij van den berg des Heeren kwam, bij Christus toen Hij op den Thabor van gedaante veranderd werd voor de oogen Zijner discipelen, en bij de verschijning aan de vrouwen die heengingen naar het
straling
van
het
gelaat
graf des Heeren na Zijne opstanding.
Wanneer
in
opstanding ons
het
Nieuwe Testament ons gezegd wordt dat in de dagen der zal veranderd worden in gelijkheid met Zijn heerlijk
lichaam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's