Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 667
college-dictaat van een der studenten
:
De Media tOris P ersona. § 4. De Messias onder het O.
Caput^III.
Maar de making
natuurlijke
hoofdzaak
is
geluk wel van
Dat nu
is
;
Verbond.
1
19
mensch zegt: het Recht Gods stel ik ter zijde; de heihgmaar eerst heilig gemaakt worden, dan komt het
laat ik
zelf.
dwaas, omdat
's
menschen geluk en heiligmaking hangen aan het
Recht Gods.
Iemand nu
kijkt
heeft een zolderkamertje
om
niet
hij
op de vierde verdieping; de muur verzakt; naar de fundamenten, maar beplakt de scheur met een
stuk
papier en meent klaar te zijn. Maar eindelijk gaat de scheur door tot de fundamenten en zakt het mooi behangen kamertje ineen. Zoo is het ook met den zondaar hij bekommert zich niet om de scheuren in het Recht Gods, maar werkt aan eigen heiligmaking totdat hij eindelijk met zijn goede in
;
werken
de eeuwige diepte wegzinkt, en dan
in
blijft
er
van
al die
Daarom heeten
heiligmaking niets over.
in het O. T. de goede menschen „rechtvaardige menschen" menschen, die altijd met het recht bezig waren (niet „gerechtig," want zij waren soms groote zondaars). Rechtvaardige menschen zijn zij, die op de fundamenten letten die niet vragen in de eerste plaats wat er met hun ziel gebeurt, maar hoe het met God en Zijn heiligen naam gaat en eerst /e/2 ^evo/^e daarvan hoe het met 't fundament staat, waarop zij zelf staan. Vandaar :
;
w.
d.
z.
;
dat
de H. S. weinig sprake
in
is
van heiligmakende menschen, veel van de „recht-
vaardigen."
Nu
er eigenlijk slechts één rechtvaardige; alle anderen zijn
is
dan
eens
zich
alleen en uitsluitend
minder rechtvaardig.
Die
rechtvaardige
is
nu eens meer,
de Messias.
Hij heeft
met dat Recht Gods bezig gehouden; daarom heeft den dood geworpen, om dat Recht Gods weer te voorschijn
Hij zich zelven in
brengen.
te
Vatten wij ten
iste
men
moet uitdrinken ten
goed
dit
dat
alle
in
het oog,
n.1.
eigen pogen tot heiligmaking moet opgeven en den
dood
;
2de dat de qualiteit
van een persoon alleen hiervan afhangt, of hoofdzaak bezig houdt met het Recht Gods; dan wordt het heele Oude Testament voor ons verstaanbaar. Die twee nu, dat is het „F^s^ xa,9-c?v en" het „ingaan in de eeuwige
zich
hij
als
heerlijkheid."
Want ook geluk
en
naar W^x, de combinatie van geluk en heiligheid (niet inwendig uitwendige ellende, maar in- en uitwendig geluk), streeft ieder. En
dat doet Christus dan ook Hij
en
daarna
volgen of
hij
pas
ging
;
maar Hij in
Hij doet het
op de rechte
de heerlijkheid
in.
wijze.
gaat mis,
Als wij nu de profetieën zelf opslaan, vinden wij het eerste knopje
En wat maar als felijk ;
zien
Eerst leed
En dien weg moet ieder
daar?
wij
-
Het
Recht Gods.
God
rechter op.
Gen. 3
:
15
(De teksten zonder hun verband te beschouwen is verdermoet dus in zijn verband genomen.) Deze Messiaansche een vonnis. Eerst komt het vonnis over Adam geen woord
ook Gen. 3
profetie staat in
in
treedt niet als trooster,
:
15
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's