Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 349
college-dictaat van een der studenten
De magistratu tamquam
§11. zijn
land
zijn
persoon
als
geestelijkheid
op
autonoom en eigenmachtig, met voorbijzien van
geheel
regeerde,
ping van het Edict van Nantes
vormden, het land uitgejaagd.
Waar men nu de
hij
in
Dit
de Roomsche kerk en heeft
het valsche standpunt, waartoe
is
de herroe-
men komt.
uitdrukking der Schrift, dienaresse Gods, op den voorgrond
want vraagt men aan eenen koning, wat
afgesneden,
antwoorden
:
koning allereerst
een onderdaan en dienaar Gods
ben
ik
meer
niet
worpenheid en gebondenheid, en
mag.
Men
is tot
dan moet
?
dan verschijnt de den glans
in
onderdanigheid, onder-
niet iets naar eigen wil
van iemand, die
tegenover
heeft
zijt gij ;
eenen glans van majesteit, maar
in
van eenen dienaar, servus, van een, die verplicht kan
hij bij
1685 de Gereformeerden, die de ware kerk
wordt aan deze extravaganties van koninklijke macht op eenmaal de
schuift,
hij
het voor de keri< en voor de
hij
manieren opnam, en wel voor wat naar zijne opvatting de
alle
Daarom steunde
ware kerk was.
pas
maar dat
Gods,
dienaar
321
ministro Dei.
doen
begrip van droit divin vooral in den
dit
gedachtenloop van de Renaissance de stelling overgeplaatst, die ook door de Reformatoren
is
overgenomen,
welke
men
boeken onder den Locus de Magistratu
in
vindt,
de meeste Dogmatische handn.1.
principes propter populum,
non populus propter principem, en ook nu nog behoeven we geen enkel oogente aarzelen die uitspraak te onderteekenen, althans niet wat hare nega-
blik
tieve elocutie betreft
want
sluit
zij
:
non populus propter principem. Daarentegen de positieve terrein niet zoo worden overgenomen,
mag door ons op Gereformeerd
enunciatie
de formule „dienares Gods"
princeps propter
Deum
populi ergo. Niet
de princeps propter populum en
stellig niet
en het
is
Men kan
men
zegt
princeps
gedachte,
dat
een vorst wel
zulk
te
dan
in
stellen,
dat
de dagen der Reformatie velen
revolutionnaire denkbeelden onder
wel zeggen, non populus propter principem, maar
men
vanzelf
voet
aan de
om
welks wil die vorst bestaat, wanneer het meent kunnen missen, het recht heeft een eind te maken aan
De causa movens voor
de vorstelijke regeering. ligt
in
om
populum, dan geeft
propter
volk
het
kunnen luiden
door die wat gevaarlijke, bedenkelijke
Gereformeerde uitspraak, dat
het volk te brengen.
het
mogen we op den voorgrond is
der beste schrijvers hebben meegewerkt
Wel zou
uit.
den populus, en
propter
in
goed zonder princeps kan doen.
ligt
het optreden
van den princeps
de gedachte, dat het volk het even
Op Gereformeerd
terrein
moeten we daarom
deze uitdrukking mijden en met bijvoeging van „populi ergo" zeggen princeps :
propter
Deum, populi
ren wil. laten
We
treden,
ergo.
moeten ook en
niet,
in
God de Heere
stelt
de vorsten aan
om
der volke-
deze zaak het theologisch begrip op den voorgrond
zooals
vaak
in vele
couranten en meetings van Anti-
revolutionnaire zijde geschiedt, deze stelling onveranderd herhalen.
Om
II.
V
nu het standpunt
juist te vatten
moet men altoos uitgaan van het 21
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's