Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 162
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
144
mensch
de
maar een
aan een werktuig met
gelijk
heel
klein
deel
actie
in
waarvan
cylinders en veeren,
allerlei
Bijvoorbeeld de sluimerende krachten
is.
moed en geestdrift enz. worden eerst in ictu temporis opgewekt, en dat soms in zulk eene mate, dat men hoort: „Zoudt ge dat nu van hem gedacht hebben?" Zoo is het ook met het geloof, de liefde enz. We hebben derhalve van
mensch
in
den
bij
beurte en bijwijlen werken. Hoelang slapen wij niet; hoe
doen
te
met een wezen, waarin Potenzen, die
vaak bewusteloos, zoodat wel [Dat „sluimeren" non-activiteit" niet
De
men dus men
zijn,
Ps. 121 leest:
in
menigeen
maar sluimerend.
„De Bewaarder
aan slapen, neen, het
niet
is
Israels zal
veel
meer en
rijker uitdrukking.]
philosophische uitdrukking daarvoor nu
potentia en
hem
in
er in liggen,
niet
zulk een schoon woord. Het drukt zoo juist uit het„ op
Als
dan denke
sluimeren",
eene veel
is
zijn.
Potenzen
alle
is
actu
Dat
is.
de sleutel
is
En
de distinctie tusschen hetgeen
is
de geheimenissen en problemen van
tot
het voorbijzien van die distinctie, ten opzichte
heel
het menschelijk leven.
van
het geloofsleven, roept of het valsche
methodisme
of de valsche mystiek
tevoorschijn.
Nu ook
is
de vraag:
Hem
in
ook
die distinctie
is
God den Heere
bij
ook wel sluimeren,
realiteiten, die
maken?
te
Zijn er
of niet?
En daartegenover nu hebben onze vaderen, op het voetspoor van AugustiDeus est actus purissimus. Het absolute Wezen
nus, steeds beleden, dat is
dus
tegelijk absolute actie.
En waarom dan
slaapt,
zoo, als
men
men van Indien
in
wij
is,
tien
Hem
zichzelven
zichzelven
mensch eene macht houdt.
dan
er
is
houdt
valt.
geen
Hoe
sluimer? Wel,
maar men
niet,
is
dat mogelijk?
is
krachten
doch
bezitten,
God
er
zijn
en die voor ons die negen andere krachten ophoudt.
omdat
er een
mering van de menschelijke krachten
baar,
absolute
waardoor de
in
terwijl
om
op
zijne krachten
is,
in
wien wij leven, ons bewegen en
De
gedeeltelijke slui-
dus daarom mogelijk, omdat de reserve
is
bij
te
bovendien
in
Hem
houden. En het
is
geen ander wezen kan indringen,
daarom, dat wij
kunnen noch mogen maken tusschen potentia en
—
den
reserve zijnde, op non activiteit staande krachten zouden
gehouden worden,
Maar
er buiten
God heeft. En als dit zoo is, hoe zou dit dan Wezen denkbaar wezen? Buiten Hem toch is er niets denk-
van onze kracht haar tehuis het
Omdat
maar eene van gebruiken,
is
in
sluimert of
namelijk God, die, als wij onszelven niet houden, ons
dan
dit mogelijk,
men
als
zichzelven kwijt; even-
zoo zou men kunnen tegenwerpen
bij
God onderscheid
actus.
—
in
Efez.
1
:
19 wordt toch
gesproken van r; ii7ripfiy.\Ksv^iyi~ïocT'f,c'^-jvy.yLViic%W(yj. Daar wordt dan toch
gesproken
van
eene
kracht
Gods,
die
nu
ixipfixW^v was, namelijk,
bij
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's