Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 183
college-dictaat van een der studenten
§
niet
165
loven?"
gij
looft Gij ?"
Welken naam
„
:
Dei.
antwoord geeft op de vraag: „Wiens naam gaat
die
explicativus,
De NOMiNiBUS
6.
Neen, willen wij op den eigenlijken, wezenlijken en diepen zin van den
b.
Naam
des Heeren komen, dan moeten wij teruggaan op Lev. 24
op vers
van
16
geëxpliceerd.
:n^v
DU/
11:
Vs.
nnrxs
infpjn
hoofdstuk,
hetzelfde
ü'^r\-r\ii
h'?p_''}
welk
in
nin^-DU^
en ook
11
:
vers het elfde wordt
niyNn-|3
n^^N-iti'-^n
n^vnT:^
ij?
laatste
En
np-^i
Hier
ipii.
16:
vs.
üu sensu
is
absolutissimo gebruikt. Terecht hebben onze overzetters „naam" kapitaal laten
Het
drukken.
NAAM
den
hij
diepen
sterken,
bondsgod
b
xóyoc:
zin,
in
S-cóc,
'o
gelegen.
ZOO
God
er
het hier:
is
niet mee, is in
het
in
di^
mn"»
den naam Jehova draagt, maar die naam absoluten
dien
In
zonder
bindingen,
24
:
dat
„Aan
:
u
„Mijn
Naam
in
is
zal u
waar
Ik
maar
"'n^i
Het
staat
„Als
geene
zelf.
Gelijk daar
God
zelf.
staat
bij
God
niet zoo, dat
is
de Schrift voor,
in
bepaling
deDiï'is
Nieuwe Testament.
Jehova
is
gedurig
dan de
zijn
alle plaats,
komen en
Ik tot
Dti'
eenige
er
mee bedoeld kan
anders
20
komt
zin
gedood worden." Er
dus niet een klank, maar de Ver-
Dii'n is
de Aóy^c het
realiteit, gelijk
r,v
zal
hij
en de nota accusativi nx accentueert nogmaals den
bij
Dwn
Men noemt
zelf.
eene
Dti' is
hebben,
zal gelasterd
nadere bepaling
enkele
NAAM." En:
eenvoudig: „Hij lasterde uitdrukkelijk den
is
in
ver-
allerlei
en terwijl er toch niets
Naam des Heeren. Zoo bijv. in Exod. Naams gedachtenis stichten zal, zal
mijns
zegenen," weer sensu absoluto. Zoo ook Exod. 23
het binnenste van
hem"
;
de
Naam
is
:
21
dus eene wezenlijk-
heid; in denzelfden zin, waarin wij bijvoorbeeld zeggen, dat de Heilige Geest
woont,
ons
in
zegt
openbaringswezen In
Num. 6
op de
:
de
het
in
27 zegt de Heere
:
kinderen
dat
hart,
de
in gelijken
Israels leggen"; dat
is
zijn
Naam,
ziel,
het binnenste van den Engel.
dat
is
„Alzoo zullen
zin:
geene
belijdenis,
Hijzelf,
zij
met
mijnen
zijn
Naam
geen uitspreken van
den Heere, maar een geestelijke
menschelijks
omtrent
dat de kinderen Israels moesten vragen naar de plaats, die
lezen
Heere
den.
God zou
ruste.
In
Deut.
28
het :
vreeselijken
dat
wij,
uit
zetten"; d. w.
wij,
woont
Heere,
5
iets
12
de
hier
al z.
hunne
stammen verkiezen
zou,
zijnen
Naam
In
Deut.
aldaar te
op die plaats zou de heerlijkheid des Heeren openbaar wor-
aldaar heilige
58 wekt
wonen; Sion der
is
door
heiligen toch
Mozes
het volk op,
Hem
was de
om
„den
Naam
verkoren
tot
eene plaats der
divina praesentia beloofd.
„te vreezen
Naam, namelijk Jehova, uwen God".
David
„om
realiteit.
In
dezen heerlijken en
2 Sam. 7
:
13
e.
a.
pi.
lezen
des Heeren een huis bouwen" wilde; de nadruk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's