Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 534

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 534

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Altera).

100

Het randschrift van de munt beteekent „God vaderen

ons

staat

woorden nu

in

nooit

als bij Jesaia.

hebben

beteekenis

die

met ons, Dat

^Ni.isy

dus

beteekent

dus een komen Gods

Men schen

tot

ons

hij

en

niet

Oosterschen

in

God

woord

iemand

bij

als

men

IDB'

opvat

Wij hebben hier toch het

zin.

Di;

kan

is,

dat

naam

ligt

ons

ons.

bij

miskent de beteekenis van deze plaats,

geving door

die uitdruk-

in

verkeeren zal, in dien

wonen Gods

en een

men

bijstaat.

God onder ons

dat

leest

zijn,

onzer

en doordat de

;

echter verkeerd, het

is

God

onze Helper, de

het duidt altijd aan dat

;

onder ons verkeert, en nooit dat

hij

is

met onze vijanden

niet

dien zin zoo algemeen bekend

vaak hetzelfde

king

is

bij,

in

feit

Wester-

der naam-

zelf.

namen waarin de naam Gods voorkomt, zooals bijv. geen bewijs als God echter zelf een naam geeft dan beteekent dit, dat de realiteit die in dien naam ligt, alzoo komen zal. Dat ^Ni:isi; irsu/ beteekent uitdrukkelijk, dat die naam verleend wordt en Vele menschen droegen

maar daarin

Ezechiël,

beantwoordt aan

ligt

de werkelijkheid. Dit

met Abram geschiedde.

opzichte

verandering van dien naam

in

met terugslag op het

hem zou voortkomen.

uit

van

een

David; als

een

Nu wordt ljp"iï rrpi,

bloede

wat

te dien

Evenzoo was

naam

toch ontving den

hij

;

realiteit, hetzij in het verleden, hetzij in

moet gewezen worden op

Voorts

weer

uit

vader der hoogte, de

„Israël"

der worsteling aan den Jabbok.

feit

de aankondiging van de

van

D"}:in,

waar derhalve de naam van Godswege genoemd wordt, beteekent

Overal

weer

eerst

hij

onnnx, vader van de menigte, zag op een reëel

met de naamsverandering van Jacob

het

vooral duidelijk

blijkt

Heette

en duidde aan, dat die menigte

feit,

dit

;

en

nm, maar

van

niet

23

:

5, 6.

hier

dus niet

pNn

na, als eene spruite uit het huis van David.

gezegd,

er

wordt

gesproken,

er

en

in

dat

denzelfden zin als

Hij

van

dus

gezegd dat

de toekomst.

Daar lezen wij in vers 5 van den pnx n^x een np\ hdx, maar

Jer.

in

maar toch ook

Jesaia 4,

het recht bestellen zal en dat zijn

een Hij

mensch,

van een prins

uit

naam

is

vorstelijken

heerschen zal niet alleen over Juda en

maar over de geheele aarde. Van Hem wordt gezegd dat zijn naam zal

Israël alleen,

tigheid

is",

d.

i.

zijn

„de Heere die onze gerech-

„die ons de gerechtigheid aanbrengt"; hier

is

dus de naam

ook weer een uitdrukkelijk bestelde naam in Hem zal de realiteit zijn van wat in den naam ligt, een zoodanige Jehova die het recht van zijn volk op ;

aarde bestellen Iets dergelijks

zal.

vinden wij

in

Micha 5

:

1

en 2. Er

is

hier sprake

van

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 534

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's