Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 429
college-dictaat van een der studenten
§
Waar nu
onzen
het begrip „religie" in
concreten aard, als nln^ nxT, nln^
van
wil niet zeggen: vroomheid.
In
Dat
behooren
die tot de ^nf^
demonen
de
niet
Maar vervolgens
„die den Heere vreezen", dus de keken, diegenen,
die uitwendig niet de afgoden,
;
hoc
:
een loven van den Heere
tot
dus de Levieten.
zijn
de vraag
liet
is
Door velerlei begrippen „De vreeze des Heeren"
np^nnp.
^jn,
Psalm 118 wordt
opgeroepen het huis van Aaron.
worden daartoe ook opgewekt die
zin ontbreei<t,
Heihge Schrift datzelfde denkbeeld weer?
de
geeft
35
Idea Foederis in Sacra Scriptura.
2.
eeren,
Heidenen,
de
gelijk
maar Jehova dienen,
maar den eenigen waren
God.
Nu komt Degenen, die en
wel
er
voor
uitdrukking
het
nnn
Spreken
daarvoor.
De verbondsbetrekking en de
is
de
is
en
niet
in
iets,
is
is,
zij
Zijn
volgt
zijn,
ook weer
God
Dat nu
toe, of het is alles
behoorende
meen
Wie
uit.
religieuze
tot
Dat God hun Dat God
ligt.
Dat
verbond.
uit het
ligt
drukt
zijn,
dit
wie
in
de
komt
Waar
toe.
woord de vastheid der
daar geen oog voor heeft, mist Terwijl
idee.
Niets
is.
de beloften van het verbond.
verbond komt het ons
er denkbaar, of uit het
is
het verbond beide partijen begrepen
religieuze idee
ook
ligt juist
naar onze abstracte begripsredeneeringen, maar wel ter dege
Niets in óns leven in
dan
religie,
religieuze betrekking zijn
dat onder het verbond gesubordineerd
knechten
omvattende
alles
van
wij
naar den practisch-plastischen vorm, waarin de Bijbel gegoten
ons van
de verbonds-
n.1.
alomvattende begrip.
de verbondsbetrekking kan niets meer bijkomen.
Bij
een Vader
hun Heer
betrekking voor,
gebruikt
de betrekking van den mensch tot God.
wij
dezelfde.
andere
altoos
het verbond staan, dat zijn allen,
in
woord „verbond".
het
tot
deze wordt
omsluitende
alles
bedoelen in
ook nog een
echter
En
betrekking.
in
de Schrift de alge-
verbondsgedachte
tot
inleeft,
de
diepste opvatting doordringt van ons verbond met God.
Alsnu
V.
tot
een volgende observatie overgaande, vestigen
we
op het verlossend karakter des verbonds, waar onze paragraaf op
genoemd wordt
het
treedt het
op
als
genadeverbond.
Maar nu
de aandacht wijst. lette
Waar men er
wel op, dat het verbond een verlossend, verdedigend en beschermend karakter heeft
zoowel voor het somatische
als
voor
het psychische leven
;
voor de
wereld met haar zonde, oordeel, strafvoldoening en verzoening, maar ook voor de zichtbare wereld met haar spijs, drank, persoon, huisgezin,
geestelijke
geslacht, volk, vaderland en de natuur. die
vereenigd
lichaam
en
geestelijke
liggen
ziel.
zaak.
in
Meestal In
het
diepe
echter
v/ordt
de dogmatiek en
op dat dualistische standpunt, dat
Dat
zijn
mysterie
niet
in
het
de twee sferen van ons leven,
van
den
samenhang tusschen
verbond opgevat
als
een louter
de predikatie staat men nog
gereformeerd
is
te veel
maar doopersch.
Ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's