Onze eeredienst - pagina 72
ONZE PSALMBERIJMING.
68
hoog
én geestelijk
die
toonkunst
en
taal
zullen,
om
Tevoren rijming
staan, én tegelijk het volle meesterschap over
beide
bezitten,
de
bestaande
zooveel doenlijk wat nu stoort,
en ziehier onze laatste
dan,
zal
weg
kunnen
verwijderd
berijming
herzien
nemen. opmerking, uit onze Beer onwaars en tegente
wat maar uit misverstand. de man welzalig wordt gehouden, die 's Heeren worden,
Schriftuurlijks insloop, niet door opzet,
Als in Psalm
1
:
1
dag en nacht, „volijverig betracht", vraagt men zich onwillekeurig af, of we dan in dit leven niet slechts een klein beginsel van deze gehoorzaamheid hebben, en of er iemand is, die zeggen kan, dag en nacht, blijmoedig en volijverig de volle Wet des Heeren te wet
blijmoedig,
betrachten.
En
men
slaat
men daar van
leest
alleen
:
Zijn lust
is
dit
in
nu,
na die vraag, de overzetting op, dan
„volijverig
betrachten"
des Heeren wet, en
ook
niets,
en vindt
overdenkt zijn wet dag
hij
en nacht."
En evenzoo is het als er in Psalm 1 4 staat „De Heer toch slaat der menschen wegen ga, en wendt alom het oog van zijn gena, op zulken, die, oprecht en rein van zeden, met vasten gang het pad der deugd betreden, God kent hun weg die eeuwig zal bestaan". Dan laat zich :
:
God dan alleen die zielen genadig „met vasten gang het pad der deugd betreden", en of het goddeloozen zijn, die Hij rechtvaardigt. En slaat men nu ook
moeilijk de vraag onderdrukken, of die
is,
niet
men ook hier, dat er pad der deugd, en van dien vasten gang niets staat en dat er alleen gelezen wordt „De Heere kent den weg der rechtvaardigen". Een kennen dat niet beteekent dat God ze waarneemt, maar zeggen wil, dat Hij in zijn voorkennisse het pad des levens voor hen geëffend heeft, en dat het daarom vast zal blijven. Iets wat reeds genoegzaam blijkt uit de tegenstelling van wat er aanstonds op volgt „Maar de weg der goddeloozen zal (niet vast zijn, maar) vergaan." Zoo nu zou uit tal van Psalmen zijn aan te toonen, hoe de rijmer den zin der oorspronkelijke woorden niet gevat heeft, en er dientengevolge gedachten en denkbeelden indroeg, die tegen de Schrift hierbij
van
de onberijmde overzetting op, dan vindt
dit
;
:
:
ingaan, en in de vergadering der geloovigen niet thuis hooren.
Maar hoe wenschelijk te
nemen,
toch
de
zal,
het
gelijk
ook ware, althans deze misstanden weg
we
reeds
opmerkten, ten einde
alle
be-
voorkomen, hier de grootste voorzichtighei d geraden zijn, en zal er naar moeten gestreefd worden, om de wijz igingen zoo weinig in het oog loopend mogel ijk te d o e n zijn Psalmen zijn formulier, en al wat formulier is, vindt zij n roering
in
kerken
te
.
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's